Maatschappijleer/Samenlevingen, Inleiding in de sociologie - Nico Wilterdink & Bart van Heerikhuizen

Wilterdink, N., & Van Heerikhuizen, B. (2009). Samenlevingen. Inleiding in de sociologie (6e ed.). Groningen/Houten, Nederland: Noordhoff.

SamenvattingBewerken

Samenlevingen is een complete en overzichtelijke inleiding op het vakgebied van de sociologie. Hierbij komen vragen aan bod als: - Waarop berusten de grote verschillen in materiële welvaart in de wereld? - Wat zijn de achtergronden van de vele vormen van geweld? - In welke opzichten zijn mannen en vrouwen in onze samenleving, sociaal gezien, ongelijk en hoe valt dit te verklaren?

Elk hoofdstuk is geschreven door een specialist op een bepaald deelthema: arbeidsrelaties en liefdesrelaties, verhoudingen tussen gezinsleden en tussen staten en de betekenis van godsdiensten en van politieke bewegingen. Iedere auteur behandelt zijn thema vanuit de sociologische benadering. Daarbij worden de begrippen en theorieën zoveel mogelijk toegelicht aan de hand van herkenbare problemen en casussen. Elk hoofdstuk heeft bovendien een groot aantal overzichts- en toepassingsvragen.

Het terrein van de sociologieBewerken

Het vergelijken van samenlevingen die in tijd en plaats ver van elkaar verwijderd zijn, is voor de sociologie van essentieel belang: in de eerste plaats om verantwoord te kunnen generaliseren. en in de tweede plaats om verantwoord te kunnen specificeren. Kennis van vroegere samenlevingen is bovendien nodig, om zicht te krijgen op maatschappelijke ontwikkelingen. Sociologisch verklaren behelst het doen van uitspraken over causale samenhangen tussen sociale processen. De uitspraak over de samenhang tussen bepaalde verschijnselen moet uit een theorie kunnen worden afgeleid. Het zijn buitenwetenschappelijke vragen die aan sociologisch onderzoek ten grondslag liggen.

Durkhiem: sociale voorwaarden voor individualisme

Vier typen bindingen

BegrippenlijstBewerken

sociologieBewerken

De wetenschap van de manieren waarop mensen met elkaar samenleven. De wetenschap van de maatschappij. De wetenschap van de menselijke groep. De studie van sociale netwerken.

maatschappijBewerken

Het sociale leven in het algemeen. De manieren waarop mensen met elkaar samenleven. De grootste sociale eenheid waartoe mensen behoren.

groep theorieBewerken

Een verzameling van onderling afhankelijke mensen die een besef van een gemeenschappelijke identiteit hebben.

hypotheseBewerken

Veronderstelling die nog niet bewezen is.

empirischBewerken

Wat op ervaring of proefneming berust, proefondervindelijk.

objectiefBewerken

Zich bepalend tot de feiten. Aanduiding van een reële en verifieerbare beschrijving van het object waarbij de menselijke factoren (zoals bij voorbeeld voorkeur, gewoonte, affectiviteit) tot het minimum worden beperkt.

subjectiefBewerken

Persoonlijk. Beïnvloed door persoonlijke meningen, belangen of ideeën.

betrokkenheidBewerken

Zich ergens mee verbonden voelen, zich ergens voor inzetten.

distantieBewerken

Afstand

sociaalBewerken

Betrekking hebbend op de menselijke samenleving. Geneigd om in groepen te leven. Gevoel hebbend voor de nood van de medeleden van de samenleving.

interactieBewerken

Het reageren van mensen op elkaars gedragingen. Onderlinge beïnvloeding, wisselwerking.

waardenBewerken

Opvattingen over wat wenselijk is. Iets waar een persoon of een groep van personen belang aan hecht, dit leidt vaak tot het stellen van al dan niet geschreven normen; voorbeelden van waarden zijn: gezondheid, vrijheid, zekerheid, geluk.

normenBewerken

Gedragsregels. Opvattingen over hoe mensen zich in bepaalde situaties wel en niet dienen te gedragen. Stelsel van meestal ongeschreven gedragsregels, gebaseerd op een stelsel van waarden. Regel voor de normalisatie.

cultuurBewerken

Het aangeleerde gedragsrepertoire dat mensen behorend tot een bepaalde groep gemeen hebben. Het patroon van menselijke activiteit en de symbolische structuren, die deze activiteiten een zekere betekenis geven met name kunst en wetenschap.

subcultuurBewerken

Cultuur van bijzondere groepen, met van de officiële lijn afwijkende normen en doelstellingen.

socialisatieBewerken

Het proces van cultuuroverdracht. Leerprocessen die voortvloeien uit interactie. Leerprocessen die er toe leiden dat potentiële of nieuwe leden van een groep of samenleving deelachtig worden dat ze als normale, volwaardige leden worden beschouwd. Die leerprocessen die ertoe leiden dat kinderen tot volwassen leden van een samenleving worden. Aanpassing van een individu aan de normen van de samenleving.

internaliseringBewerken

Proces waarin gedragsvoorschriften afkomstig van anderen onderdeel worden van de persoonlijkheid van een individu. Het proces waarbij mensen zich bepaalde sociale regels eigen maken.

natuur-cultuurBewerken

Het nature-nurture-debat (aanleg-opvoeding-debat) is de discussie omtrent de oorsprong van de eigenschappen van een individu. In deze discussie bestaan meerdere standpunten, die variëren tussen twee extremen:

  • Nature: alle eigenschappen van het individu zijn bepaald door aanleg, bijvoorbeeld het genetisch materiaal.
  • Nurture: alle eigenschappen van het individu zijn bepaald door opvoeding, met name door de leefomgeving.

interdependentieBewerken

Onderlinge afhankelijkheid tussen mensen.

machtBewerken

Het vermogen het gedrag van anderen met behulp van sancties te beïnvloeden.

politieke machtBewerken

De invloed die een persoon of organisatie heeft op andere personen of organisaties.

uitbreiding afhankelijkheidsnetwerkenBewerken

sociaal netwerkBewerken

Een netwerk van mensen of groepen mensen, bijvoorbeeld een groep personen die elkaar kennen of organisaties (bedrijven, instellingen) die samenwerken.

toenemende differentiatieBewerken

Een proces waarbij een aanvankelijk homogeen sociaal systeem wordt opgedeeld in subsystemen met elk hun eigen functie, karakter en samenstelling.

individualiseringBewerken

Het proces waardoor mensen meer als individu in plaats van als groep in de samenleving komen te staan.

sociale controleBewerken

Manieren waarop mensen andere mensen ertoe brengen zich aan bepaalde normen te houden. Door sociale controle wordt bewerkstelligd dat mensen zich aanpassen aan gedrag dat van hen in de groep verwacht wordt.

sanctieBewerken

Reacties op gedragingen van anderen in de vorm van waardering en beloning (positieve sanctionering) of afkeuring en bestraffing (negatieve sanctionering). Maatregel ter bestraffing van ongewenst gedrag.

mondialiseringBewerken

Een voortdurend proces van wereldwijde economische, politieke en culturele integratie, met als centraal kenmerk een wereldwijde arbeidsdeling, waarbij productielijnen over de wereld worden gespreid die gedreven worden door de informatie- en communicatietechnologie en door internationale handel.

vier soorten bindingenBewerken

1.Affectieve bindingen: Afhankelijkheid op basis van positieve en negatieve gevoelens. 2.Economische bindingen: Afhankelijkheden van voedsel, kleding en onderdak. Productie en distributie van schaarse goederen. 3. Politieke bindingen: Fysieke dwang die mensen op andere mensen kunnen uitoefenen. 4.Cognitieve bindingen: Afhankelijkheid vanuit processen van kennisvorming en kennisoverdracht.

definitie van de situatieBewerken

Definitie

definitie van het probleemBewerken

definitiemachtBewerken

Economische bindingenBewerken

Politieke bindingenBewerken

Affectieve bindingenBewerken

Affectieve uitingen en gedragsstandaardenBewerken

Drie perspectieven op de manier waarop mensen hun gevoelens (mogen) tonen.

  • dramaturgisch
  • culture- en personality
  • civilisatietheorie


affectieve bindingenBewerken

Afhankelijkheden tussen mensen die voortvloeien uit de positieve en negatieve gevoelens die zij voor elkaar koesteren.

identificatieBewerken

Identificatie staat voor het vergroten van gevoelens van eigenwaarde door vereenzelviging met een persoon of instelling van aanzien.

wij-gevoelBewerken

Het identificatieniveau gaat hier over de groep waarvoer de actor affectie ervaart.

rol rolconflictBewerken

Goffman stelt dat mensen in de sociale wereld rollen spelen om elkaar te overtuigen van een bepaalde identiteit. Rol van een persoon is het samenstel van verwachtingen die in de samenleving gelden ten opzichte van iemand in een bepaalde positie Waarom verwachtingen? Het maakt het sociale leven voorspelbaar. Rampen/oorlogen kunnen leiden tot verstoorde verwachtingen Mensen bevestigen elkaar in elkaars rol: “De wereld is een schouwtoneel” (Dramaturgisch perspectief)

Men probeert constant de juiste rol in de juiste situatie te spelen. Kan ook fout gaan: rolconflict: ten opzichte van een en dezelfde rol bestaan verwachtingen die met elkaar in strijd zijn. Het regelen van deze indruk die je probeert te maken noemt Goffman impressiemanagement. Het is voor een individu meestal onmogelijk altijd een rol te spelen. Goffman maakt daarom onderscheid tussen twee situaties: • Frontstage: Op het toneel • Backstage: De voorbereiding op je rol, alleen zijn

cultuur en persoonlijkheidBewerken

Ruth Benedict - Cultuur: Een consistent en geïntegreerd geheel van opvattingen, gewoonten, gedragsvoorschriften en voorstellingen - Misfits: mensen die buiten de cultuur vallen.

autoritaire persoonlijkheidBewerken

Geheel van persoonlijkheidskenmerken dat leidt tot conformisme en tot intolerantie ten opzichte van afwijkende meningen, kledij, gewoonten enzovoort. In extreme vorm kunnen ze de basis vormen van uitingen van vreemdenangst of xenofobie. De autoritaire persoonlijkheid hecht sterk aan gezag en orde. In 1944 in de Verenigde Staten voor het eerst bestudeerd door Theodor Adorno en anderen in een poging meer te begrijpen van de Duitse aanhang van Adolf Hitler en van de mentaliteit die kon leiden tot de deportatie van en moord op de joden.

civilisatieprocesBewerken

Norbert Elias beschrijft het "beschaven" als een langdurig veranderingsproces van persoonlijkheidstructuren, dat hij herleidt tot een veranderingsproces van de sociale structuren. Een belangrijk aspect in zijn boek is dat de samenleving ontgrenst. Individuen, groepen en organisaties interageren in toenemende mate met elkaar over territoriale grenzen heen. Op economisch, ideologisch en politiek terrein. Een stuwende kracht is de voortgaande arbeidsdeling, het ontstaan van steeds verdergaande specialismen. Hierdoor ontstaat een steeds groter wordende onderlinge afhankelijkheid. Door dit proces worden mensen gedwongen tot een bepaalde vorm van zelfdwang, waardoor zij, door die veelzijdige afhankelijkheid, beheerst moeten optreden en vooruit moeten denken. In de steeds complexer wordende productieprocessen moeten mensen, door verdergaande disciplinering en rationalisatie, worden ingeschakeld. Elias benadrukt in zijn boek dat het civilisatieproces géén "gewilde ontwikkeling" is, maar een ongepland resultaat van maatschappelijke processen. Wel is het zo dat het civilisatieproces in latere eeuwen zelf meer en meer onderwerp van bestuurlijk beleid is geworden.

zelfdwangBewerken

Deze ‘selbstzwang’ houdt in dat het geen bewuste angst voor de gevolgen van het toegeven aan opwellingen is die voor beheersing zorgt, maar een onbewuste diepgewortelde angst voor de opvoeders en hun sancties.

bevelshuishoudingBewerken

De strikte orders van superieuren dienen te worden opgevolgd.

onderhandelingshuishoudingBewerken

Gedragingen worden op flexibele wijze op elkaar afgestemd.

informaliseringBewerken

Het begrip informalisering is in de jaren zeventig ingevoerd om te verwijzen naar de minder stijve en meer informele en soepeler omgangsvormen van dat moment. In de jaren negentig werd het begrip informalisering ook steeds vaker gehoord in een op het eerste gezicht heel andere betekenis, namelijk in verband met de deregulering van arbeidsverhoudingen in Derde Wereld landen. Uitdrukkingen zoals ‘informalisering van de economie’ of ‘informalisering van arbeid’ of ‘informalisering van de arbeidsmarkt’ hebben een betekenis gekregen in de concurrentiestrijd tussen regeringen om de vestiging en de investeringen van transnationale of multinationale ondernemingen in hun landen.

AnomieBewerken

Een situatie waarin mensen niet langer de collectieve waarden van de gemeenschap delen en zich niet meer laten leiden door maatschappelijke normen.

Gemeinschaft en GesellschaftBewerken

Gemeinschaft en Gesellschaft (gemeenschap en maatschappij of vennootschap) is een begrippenpaar van de socioloog Tönnies. Daarbij is de Gemeinschaft een samenleving met sterke affectieve bindingen en saamhorigheid, terwijl in de modernere Gesellschaft er sterke economische bindingen zijn met onderlinge concurrentie. Tönnies beschreef deze richtingsbegrippen in zijn in 1887 verschenen Gemeinschaft und Gesellschaft.

individualiseringBewerken

Individualisering is het proces waardoor mensen meer als individu in plaats van als groep in de samenleving komen te staan. Dit proces is met de industrialisatie op gang gekomen en tegenwoordig wordt de Westerse wereld als geïndividualiseerde wereld gezien.

PostmaterialismeBewerken

Inglehart duidt de vooroorlogse waardeoriëntatie aan als materialisme en de naoorlogse als post-materialisme. Door de opeenvolging van generaties of geboortecohorten zou het post-materialisme op den duur de dominante oriëntatie worden. Dit ondanks de invloed van economische teruggang die slechts tijdelijk zou zijn en het optreden van verschijnselen die niet met de theorie stroken, zoals de befaamde „yuppies” en de recente nadruk op economisch individualisme. Inglehart noemt deze verschijnselen „oppervlakkig” of poogt ze in zijn theorie te passen.

deciviliseringBewerken

Omkering van het civilisatieproces

Cognitieve bindingenBewerken

religieBewerken

ideologieBewerken

wetenschapBewerken

seculariseringBewerken

KerkelijkheidBewerken

Kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering waartoe men zichzelf rekent.

KerksheidBewerken

Als kerks worden personen aangemerkt die minstens eenmaal per maand een kerkdienst of een levensbeschouwelijke bijeenkomst bijwonen.

LiberalismeBewerken

Het liberalisme is een politiek-maatschappelijke stroming die ontstaan is in de Verlichting van de 18e eeuw. Het brak in de 19e eeuw in Europa en Noord-Amerika door als dominante stroming toen het de burger wilde emanciperen ten koste van het Ancien Régime. Vandaag de dag is het liberalisme een van de dominante ideologieën. Het liberalisme is een brede ideologie met meerdere substromingen; de invulling van het begrip verschilt sterk per land en cultuur.

SocialismeBewerken

Socialisme is een politieke maatschappijvorm gebaseerd op gelijkheid, sociale rechtvaardigheid en solidariteit, of de verzamelnaam voor een verscheidenheid aan politieke en ideologische stromingen die naar een dergelijke maatschappij streven.

ConservatismeBewerken

Het conservatisme is een politieke, ethische en culturele gezindheid die zich grondvest op de traditie. Het begrip "conservatisme" is afgeleid van het Latijnse conservare, dat "beschermen, in ongeschonden toestand bewaren" betekent. Het conservatisme is echter een breed begrip en kent vooral in Nederland veel verschillende betekenissen.

ChristendemocratieBewerken

Christendemocratie is een politieke stroming. Ze baseert zich op de Bijbel en de christelijke traditie. Samen met de liberaal-democratie en de sociaaldemocratie behoort de christendemocratie in veel Europese landen het tot de voornaamste politieke richtingen. De naam werd tijdens de Franse Revolutie bedacht door Antoine-Adrien Lamourette.

'einde van de ideologie'Bewerken

rationaliseringBewerken

informatiemaatschappijBewerken

cognitieve bindingBewerken

postmodernismeBewerken

religieuze marktBewerken

StratificatieBewerken

sociale ongelijkheidBewerken

sociale stratificatieBewerken

arbeidsdelingBewerken

klasseBewerken

Stratum waarvan de leden een overeenkomstige economische positie hebben.

standBewerken

Stratum waarvan de leden zich kenmerken door een overeenkomstige status (prestige), statusbewustzijn en levensstijl.

klassentegenstellingBewerken

klassenbewustzijnBewerken

oude middenklasseBewerken

nieuwe middenklasseBewerken

'verburgerlijking'Bewerken

'proletarisering'Bewerken

klassenstructuurBewerken

  • bovenlaag (kapitaalbezitters, topbestuurders ondernemingen
  • ondernemersklasse (klein- en middelgrote bedrijven)
  • professionele middenklasse
  • werknemers/arbeidersklasse
  • 'onderklasse'

dubbele arbeidsmarktBewerken

Relatieve deprivatieBewerken

De ervaring bepaalde zaken te ontberen in vergelijking met anderen (de zogenaamde referentiegroep).

statusBewerken

beroepsprestigeBewerken

levensstijlBewerken

smaakBewerken

cultureel kapitaalBewerken

sociale mobiliteitBewerken

- beroeps - horizontaal

- verticaal - intergeneratie

- intrageneratie geografische mobiliteit

etnische stratificatieBewerken

ongelijkheid door etnische achtergrond

internationale stratificatieBewerken

Negatieve stigmatisering en discriminatie:Bewerken

Twee buurten, een nieuwe en een oude, de bewoners van de oude en nieuwe buurt hadden weinig contact met elkaar. De bewoners van de oude buurt werden de bewoners van de nieuwe buurt voorgesteld als vies, wanordelijk en immoreel en op grond daarvan behandeld als buitenstaander.

stereotypenBewerken

self-fulfilling prophecyBewerken

sociaal kapitaalBewerken

multi-etnische samenlevingBewerken

Mannen, vrouwen en kinderenBewerken

endogamieBewerken

exogamieBewerken

incesttaboeBewerken

monogamieBewerken

polygamieBewerken

kerngezinBewerken

extended familyBewerken

patrilokaalBewerken

matrilokaalBewerken

neolokaal gezin als:Bewerken

- produktie - consumptie - affectieve - politieke eenheid

kindertijdBewerken

jeugdlandBewerken

beknellend instituutBewerken

hoeksteen van de samenlevingBewerken

gezinsindividualiseringBewerken

echtscheiding m/vBewerken

arbeidsmarkt m/vBewerken

rolverdeling 'mannelijk' ' vrouwelijk'Bewerken

Binnen de samenlevingen verschilt de socialisatie weer per groepering; ze varieert tenminste naar sekse (in vrijwel alle samenlevingen worden ‘mannelijke’ en ‘vrouwelijke’ gedragingen onderscheiden en jongens en meisjes verschillend opgevoed) en in grote gedifferentieerde samenlevingen ook naar klasse, regio en etnische of godsdienstige groep.

psychologiseringBewerken

klassespecifieke socialisatieBewerken

sekse genderBewerken

seksespecifieke socialisatieBewerken

harmonieuze ongelijkheidBewerken

jeugdcultuurBewerken

BevolkingBewerken

demografieBewerken

geboortecijferBewerken

sterftecijferBewerken

geboorteoverschotBewerken

demografische revolutie (transitie)Bewerken

modern (traditioneel) cultuurpatroonBewerken

'veroudering'Bewerken

Malthus-theorieBewerken

vruchtbaarheidscijferBewerken

nettovervangingsfactorBewerken

Mensen in hun fysieke omgevingBewerken

verzorgingsstaatBewerken

verzorgingsinstellingenBewerken

verzorgingsarrangementenBewerken

paradox van de collectieve actieBewerken

beroepsvormingBewerken

instituutsvormingBewerken

verstatelijkingBewerken

centraliseringBewerken

bureaucratiseringBewerken

democratiseringBewerken

liberale - corporatistische - sociaal-democratische

VerzorgingsinstellingenBewerken

verzorgingsstatenBewerken

verzuilingBewerken

'particulier initiatief'Bewerken

ontzuilingBewerken

'burgerlijk beschavingsoffensief'Bewerken

'sociale kwestie'Bewerken

volksverzekeringenBewerken

onderwijsBewerken

- kwalificatie - allocatie - socialisatie - ongelijkheid

'schoolgeschiktheid'Bewerken

MeritocratiseringBewerken

Beroep en daarmee verbonden inkomen en prestige berusten meer dan voorheen op verdienste, waarbij 'verdienste' in eerste instantie wordt afgemeten aan school- en studieprestaties.

proto-professionaliseringBewerken

artsenBewerken

- macht - professionalisering fatum - factum

Criminaliteit en bestraffingBewerken

crimineel gedragBewerken

gecriminaliseerd gedragBewerken

afwijkend gedragBewerken

normenBewerken

relatieve deprivatieBewerken

status-frustratieBewerken

etiketteringBewerken

statistieken:Bewerken

- politionele - gerechtelijke

enquêtes:Bewerken

- daders - slachtoffers

etiketteringstheorieBewerken

differentiële associatietheorieBewerken

anomietheorieBewerken

Controle-bindingstheorieBewerken

Controle- of bindingstheorie (Travis Hirschi)

  • Vanuit de vooronderstelling dat mensen amoreel zijn, vroeg Hirschi zich af waarom de meeste mensen zich toch zo conformistisch gedragen.
  • Maatschappelijke bindingen remmend op criminele impulsen.
  • Bindingselementen van affectieve aard (attachment) en van meer cognitieve en economische aard (commitment en involvement).

Hirschi: mensen die goede bindingen hebben met anderen hebben meer te verliezen dan te winnen bij het plegen van misdrijven.

  • Betrokkenheid bij de samenleving.
  • Een brede overeenstemming tussen mensen over heersende normen en waarden, over wat goed en slecht is.

Sociale controle (formeel - informeel)Bewerken

Manieren waarop mensen andere mensen ertoe brengen zich aan bepaalde normen te houden.

Formele sociale controle heeft betrekking op activiteiten van personen of instanties die op grond van formele wetten, besluiten of statuten de taak toebedeeld hebben gekregen ervoor te zorgen dat mensen zich aan regels houden.

Met informele sociale controle wordt gedoeld op al die spontane activiteiten van mensen in het leven van alledag, die anderen ertoe brengen of dwingen om zich aan normen of regels te houden.

Sanctionering (positief - negatief)Bewerken

Een kernelement van sociale controle vormt de sanctionalisering van gedragingen in de vorm van straffen en beloningen, van sociale afkeuring en waardering.

  • Positieve sanctionering – waarderende sociale reacties. Bv:

jaarlijkse lintjesregen

  • Negatieve sanctionering – afkeurende sociale reacties in de vorm

van straffen, minachting of sociale uitsluiting.

CriminaliserenBewerken

Vaak dus wordt het woord misdadig of crimineel gebruikt om het gedrag van andere mensen te veroordelen, te criminaliseren.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.