Onderwijs in relatie tot P2P/Staat: verschil tussen versies

Verwijderde inhoud Toegevoegde inhoud
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Regel 37:
Een staat kan pas evolueren naar een participatiemaatschappij wanneer de grondrechten van de staatsonderdanen op democratische wijze zijn georganiseerd. De opkomst van de [[w:Democratie|democratie]] was een proces van vallen en opstaan, aanvankelijk succesvol op schaal van de stadstaat (cf de gouden eeuw van [[w:Perikles|Perikles]] in Athene, met toegankelijkheid van overheidsfuncties en zo deelname aan het bestuur voor burgers uit alle bevolkingsklassen), determinant als staatsmodel bij de stichting van de Verenigde Staten van Amerika (de Tocqueville, 1835-1840), waarbij de nadruk wordt gelegd op het belang van de ontwikkeling van de [[w:Burgermaatschappij|civiele maatschappij]]. Verstedelijking, toegenomen opleidingsniveau en participatie in het bestuur droegen vanaf de 19de eeuw bij tot sociale cohesie en groei van een nationale identiteit, met het ontwikkelen van de natiestaat tot gevolg.
 
Zelfs binnen een democratisch bestel kunnen natiestaten op verschillende wijze zijn gestructureerd: gecentraliseerd of gedecentraliseerd. In de gecentraliseerde staten (bijv. Frankrijk, Groot Brittannië) zijn in de hoofdstad de belangrijkste functies geconcentreerd zonder dat andere metropolen ontstaan. De gedecentraliseerde staten van het Rijnlandse type (bijv. Nederland, Duitsland, Italië) worden gekenmerkt door een weefsel van talrijke, elkaar beconcurrerende middelgrote steden, waardoor een verdeling van functies maar ook een overlegmodel tot stand is gekomen. Het is mogelijk dat alternatieve organisatievormen (zoals P2P) sterker kunnen uitgroeien en meer invloed verwerven in een [[http://www.rijnlandmodel.nl/modellen/anglicisme-rijnland/inleiding.htm|Rijnlandmodel]], ook al staat dit model voortdurend onder druk.
 
De staat heeft bovenop basistaken zoals rechtspraak en veiligheid, steeds meer diensten overgenomen van religieuze of privé-instellingen die het welzijn en de gelijkheid van al zijn burgers op het oog hebben: onderwijs, openbare werken, gezondheid, pensioenen. Het overheidsbeslag op het globale inkomen werd steeds groter en bereikt in België 55%, bovenop een [[http://www.debtagency.be/nl_data_public_finances.htm|schuldgraad]] die niet kan worden afgebouwd. Deze evolutie van de welvaartsstaat is niet duurzaam en wekt zelfs zonder ideologische bijbedoelingen steeds meer weerstand op wat leidt tot desinvestering die de efficiëntie van de overheid althans in België onder druk zet: overheidsinvesteringen zijn in België teruggevallen tot 1,7% van het [[w:Bruto_nationaal_product|BNP]] terwijl ze in de buurlanden nog 3% bedragen en zelfs in landen met uitgesproken neoliberaal beleid hoger liggen. De Belgische staat wordt ‘uitgeteerd’ (Rik Van Cauwelaert, Paleis der Natie, De Tijd, 8.11.2014).
 
Sinds een 20 tal jaren kan de welvaartsstaat zijn aspiraties niet meer waarmaken en neemt de ongelijkheid weer toe (Piketty, 2014). Op ideologische gronden streeft het [[w:Neoliberalisme|neoliberalisme]] (meer specifiek Reaganomics) naar afbraak van staatsmonopolies of meer algemeen van de dienstenstaat, en deze laatste heeft geen verweer tegen de globalisering van de financiële markten. Het overheidssysteem komt in staat van crisis, waardoor alternatieve organisatiemodellen meer ruimte krijgen, en ook P2P een steeds aantrekkelijker alternatief wordt.
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.