Onderwijs in relatie tot P2P/Arbeid: verschil tussen versies

geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
}}
 
'''Arbeid''' kan het beste gezien worden als inspanningen die men moet leveren en waarbij het lichaam van een persoon moet ‘werken’. Elke menselijke activiteit (met uitzondering van het slapen) kan beschouwd worden als arbeid. (Prieels, 2014)
 
In het boek van Michel Bauwens wordt vooral de focus gelegd op de economische arbeid.
Arbeid is alle geestelijke en lichamelijke inspanning van mensen ten diensten van de productie. Als beloning voor arbeid krijgt men loon. (Bos, 2014 )
 
Arbeid in een kapitalistische samenleving :
Dit is de hedendaagse opvatting van arbeid waarbij personen ‘werken’ in functie van een organisatie. Ze leveren inspanningen voor die organisatie in ruil voor geld. Alvorens je bij een organisatie kan gaan werken moet je bepaalde referenties hebben of diploma’s. Dit is ook een hiërarchisch systeem waarbij controle wordt uitgevoerd op de kwaliteit of de aard van het werk. Je hebt toestemming nodig om een taak te kunnen uitvoeren of je voert ze uit op bevel. Enkele personen gaan dit controleren.
 
Arbeid in een peer to peer samenleving:
Mensen werken op vrijwillige basis mee aan een gemeenschappelijk project waarvoor ze interesse hebben. Het systeem is volledig transparant. Iedereen kan zien welke taken er reeds gedaan zijn en taken die nog moeten gebeuren. Doordat dit systeem transparant is kan de gemeenschap het werk dat geleverd wordt controleren. Je hebt geen referenties of diploma’s nodig om een taak te mogen uitvoeren.
 
 
«Veel jongeren worden verdreven uit het systeem van arbeid en kapitaal, maar als kenniswerker blijven ze in het bezit van hun productiemiddel: computer, internet en je netwerken. Het is dus geen proletariaat dat zijn kracht moet halen uit zijn getal, uit zijn massa; het is een diverse en dynamische groep die zijn macht opbouwt door samen te werken. Dàt is hun revolutionaire kracht.» (Bauwens, 2014)
 
In het boek van Bauwens (2014) wordt verschillende keren verwezen naar het concept ‘arbeid’. Het hoofdstuk ‘De economie van peer to peer’ geeft aan hoe onze manier van arbeid leveren moetzou kunnen veranderen met de visie op een peer to peer samenleving. In de huidige kapitalistische samenleving spannen mensen zich in voor een privé- of publieke organisatie met als doel om geld in ruil te krijgen. Door de schaarste aan producten en de crisis is het noodzakelijk dat mensen zich in de toekomst gemeenschappelijk gaan inspannen voor bepaalde projecten. Internet speelt hier een heel belangrijke rol in.
 
«Jongeren zijn opgegroeid met de sociale media, met netwerken. En omdat ze minder en minder jobs vinden door de crisis zoeken ze naar alternatieven. En één van de alternatieven is peer-to-peer, samenwerken aan producten met een sociaal nut. » (Bauwens, 2014)
 
'''Arbeid in een kapitalistische samenleving :'''
Dit is de hedendaagse opvatting van arbeid waarbij personen ‘werken’ in functie van een organisatie. Ze leveren inspanningen voor die organisatie in ruil voor geld. Alvorens jemen bij een organisatie kan gaangaat werken moet jemen bepaalde referenties hebben of diploma’s. Dit is ook een hiërarchisch systeem waarbij controle wordt uitgevoerd op de kwaliteit of de aard van het werk. Je hebt toestemming nodig om een taak te kunnen uitvoeren of je voert ze uit op bevel. EnkeleArbeid personenbinnen gaanhet kapitalisme berust op ditextrinsieke controlerenmotivatie.
 
'''Arbeid in een peer to peer samenleving:'''
Mensen werken op vrijwillige basis mee aan een gemeenschappelijk project waarvoor ze interesse hebben. Het systeem is volledig transparant. Iedereen kan zien welke taken er reeds gedaan zijn en taken die nog moeten gebeuren. Doordat dit systeem transparant is kan de gemeenschap het werk dat geleverd wordt controleren. JeMen hebtheeft geen referenties of diploma’s nodig hebt om een taak te mogen uitvoeren. Dit systeem is volledig gebaseerd op intrinsieke zelfmotivatie.
 
 
==Voorbeeld==
 
Wikipedia is een internetencyclopedie waarbij jemen op vrijwillige basis iets kan schrijven over een bepaald onderwerp dat hem of haar interesseert. Als iets onjuistniet correct is kan dit verbeterd worden door de lezer. Hierdoor ontstaat er een validatie van de geschreven bronnen door de gemeenschap. Dit is een voorbeeld van een immateriële samenwerking tussen verschillende personen.
Arbeid in een kapitalistische samenleving:
De meeste arbeidsvormen die we de dag van vandaag kennen zijn fysieke arbeidsvormen. Bouwvakkers die werken aan een huis spannen zich fysiek in. Dit doen ze in ruil voor geld. Ook bijvoorbeeld boekhouders die de boekhouding bijhouden van een organisatie spannen zich fysiek in voor hun beroep. In ruil voor hun inspanningen krijgen ze geld.
 
Een voorbeeld van een materiële samenwerking binnen een peer to peer samenleving is de wikispeed auto. Een auto ontwikkeld door peers die allen gepassioneerd zijn door de uitdaging om de ‘ultieme’ auto te bouwen. Samen hebben ze, een auto ontwikkeld die mooier, goedkoper en veel milieu-vriendelijker is dan het gemiddelde toonzaalmodel. Nieuwe technologieën laten toe om deze in kleine hoeveelheden lokaal te produceren. (Stouthuysen ,2013)
Arbeid in een peer to peer samenleving:
Wikipedia is een internetencyclopedie waarbij je op vrijwillige basis iets kan schrijven over een bepaald onderwerp dat hem of haar interesseert. Als iets onjuist is kan dit verbeterd worden door de lezer. Hierdoor ontstaat er een validatie door de gemeenschap.
 
 
==Theoretische duiding==
 
Tot zo’n 12 000 jaar geleden voorzagen jagen en voedsel verzamelen in de belangrijkste menselijke behoeften. Voedselverzamelaars en jagers leefden in kleine gemeenschappen van hoogstens enkele tientallen mensen die nauw moesten samenwerken, wilden zij overleven. Niet alleen nauwe samenwerking was dus een noodzaak, maar ook taakverdeling tussen vrouwen en mannen, tussen uitgravers van wortels, vruchtenrapers, kruidenlezers en
Mensen hebben altijd al arbeid moeten leveren om te kunnen overleven. Zo moesten de voedselverzamelaars en jagers arbeid leveren door voedsel te zoeken om in leven te blijven en zich te kunnen voortplanten. Ze leefden in kleine gemeenschappen waarbij ieder lid zich moest inspannen om ervoor te zorgen dat de groep overleefde. Met de uitvinding van de landbouw zijn deze kleine gemeenschappen zich gaan vestigen op één woonplaats. De landbouw bracht ook overproductie met zich mee. De mensen hadden meer voedsel dan hun gemeenschap nodig had om te overleven. Er kwam een voorraad en overschot van voedsel. Zo konden enkele mensen zich veroorloven om op bepaalde momenten niet te moeten werken. De mensen van de gemeenschap kregen ook tijd om zich te kunnen specialiseren in één bepaalde soort arbeid. Zo ontstonden er beroepen zoals: pottenbakkers, timmermannen, wevers,… Goederen konden uitgewisseld worden en omgeruild worden tegen andere goederen. In een verdere fase gingen politieke en geestelijke elites een soort van dienstverlening eisen van de gewone burgers. Hierbij ontstonden de arbeidsvormen slavernij en loonarbeid. Mensen gingen werken voor elitepersonen tegen ‘betaling’ of bescherming. Dit kunnen we stellen als een extrinsieke motivatie om arbeid te leveren. De arbeid die we leveren in onze huidige kapitalistische samenleving is arbeid waarbij we verwachten dat we betaling krijgen in ruil voor onze diensten. Met het geld dat we krijgen voor onze diensten kunnen we goederen kopen die geproduceerd zijn door anderen. Die anderen hebben ook weer geld verdiend door voor dit product te werken. Vaak werken mensen ook met een aantal personen op één werkplaats voor een organisatie waarbij ze werken aan hetzelfde product. In een peer to peer samenleving zouden mensen werken vanuit een intrinsieke motivatie. Personen dragen individueel op vrijwillige basis bij aan een zelf gekozen project.
andere voedselverzamelaars en tussen jagers, drijvers en doders. De eerste menselijke arbeidsverhoudingen waren op die manier direct en daarmee - in de terminologie van Karl Polanyi - wederkerig. (Lucassen, 2012)
 
Dit soort wederkerige arbeidsrelaties kon ook na de opkomst van de landbouw blijven voortbestaan. Wel droeg de landbouw de kiemen in zich van andere soorten arbeidsverhoudingen. Hij maakte immers overproductie en dus voorraadvorming mogelijk en daarmee steeds verder voortschrijdende arbeidsspecialisatie. Buiten de allerjongsten en alleroudsten konden nu ook andere leden van de samenleving het zich permitteren niet dagelijks met de productie van hun eigen voedsel bezig te zijn. Zo kwamen er professionele pottenbakkers, spinners, wevers, timmerlieden, steenbakkers, metselaars, transporteurs,smeden, priesters…. (Lucassen, 2012)
 
De ontwikkeling van arbeidsspecialisatie binnen landbouwsamenlevingen nam duizenden jaren in beslag en leidde op zijn vroegst rond 7000 jaar geleden in het Midden-Oosten tot de eerste steden, 2000 jaar later tot de eerste stadsstaten en nog later tot de eerste staten, dat wil zeggen politieke eenheden die meerdere steden en het tussenliggende platteland omvatten. In de eerste steden en stadsstaten kwam, naast de wederkerige, een nieuw soort arbeidsverhouding tot ontwikkeling doordat politieke en geestelijke elites tribuut in de vorm van dienstverlening konden eisen van de gewone burger. Daar stond dan weer herverdeling van goederen tegenover. Een dergelijke centrale herverdeling van goederen en diensten vereist veel organisatie en administratie, inclusief openbare verantwoording. We spreken in dit geval van tributaire arbeidsverhoudingen. (Lucassen, 2012)
 
Met de opkomst van staten ontstaan de voorwaarden voor ten minste twee nieuwe soorten arbeidsverhoudingen: slavernij en loonarbeid. De oudste categorie van loonarbeiders zijn soldaten. Slaven zijn krijgsgevangenen die niet gedood worden. In dergelijke complexe samenlevingen is er voldoende vraag naar arbeid zodat krijgsgevangenen aan het werk gezet kunnen worden in plaats van ze te doden. Staten mogen dan begonnen zijn soldaten in dienst te nemen en in hun onderhoud te voorzien, daarmee hebben we nog geen arbeidsmarkt. Daarvoor zijn meerdere werkgevers nodig die om de gunst van de loonarbeiders dingen. Anders gezegd, op een arbeidsmarkt kunnen loonarbeiders uit verschillende werkgevers kiezen. Dit soort
arbeidsmarkten kwam in de daarop volgende eeuwen geleidelijk tot stand toen naast de staat ook steden, tempels en vooral onderaannemers van tempels als werkgevers gingen optreden. Tegelijkertijd waren er ook warenmarkten op regelmatige basis nodig. We kunnen daar in principe twee soorten kopers tegenkomen. Ten eerste zelfstandige producenten die aan elkaar verkopen en van elkaar kopen, zoals de visser die graan koopt van de boer, de boer die stof koopt van de wever en de wever die vis koopt van de visser, enz. Daarnaast beroepssoldaten of andere arbeiders die niet meer of maar zeer ten dele in hun eigen voedsel kunnen voorzien en van hun loon vis, graan en stof kopen. (Lucassen, 2012)
 
Met de val van het Romeinse Rijk wordt het klassieke patroon doorbroken. Binnen het Romeinse Rijk ontstond een nieuw systeem dat steunde op een herlokalisering van de productie op feodale domeinen. Daar is de onderdrukking minder zwaar, want lijfeigenen werken maar een deel van hun tijd voor de heer. Ze werken ook voor zichzelf. De levensschuld moet wijken voor een ‘beschermingsschuld’. De lijfeigene staat een deel van de vrucht van zijn arbeid af aan de heer en krijgt in ruil bescherming tegen de gevaren van de buitenwereld. (Bauwens, 2014 )
 
Vanaf de tiende eeuw vindt een technologische revolutie plaats die de productiviteit omhoog stuwt. Dankzij betere landbouwmethode en andere factoren verdubbelt de bevolking. De handel floreert, er worden voor het eerst universiteiten opgericht en de kunst en architectuur beleven, met de bouw van de eerste kathedralen, hoogdagen. In de middeleeuwen zijn mensen vrijer dan in de slavenmaatschappij, maar de onderdrukking blijft natuurlijk nog altijd erg groot. ( Bauwens, 2014)
 
Met de overschakeling van het feodalisme naar het kapitalisme gebeurt er iets nieuws. De ideologie van het nieuwe systeem steunt niet langer op het concept van de levensschuld (binnen de slavernij) of beschermingsschuld ( binnen het feodalisme), maar op een contract. Het basisidee is dat mensen alleen nog ‘voor zichzelf’ gaan werken en voor de rest gelijke waarden uitwisselen. Dat klopt natuurlijk niet volledig met de werkelijkheid, maar in vergelijking met het oude systeem zit er toch een zekere waarheid in. De uitwisseling van arbeid tegen een loon en van geld tegen goederen zijn in theorie altijd neutrale transacties waarbij ‘ goederen’ met een zelfde waarde worden uitgewisseld. In speltheoretische termen spreekt men hier van een ‘win-winmodel’. Het kapitalisme is dan ook veel productiever dan de vorige systemen maar werkt op extrinsieke motivatie. (bauwens ,2014)
 
 
http://www.sociosite.net/labor/arbeid/
 
Deze linkinformatielink bevat informatie over de overgang van een kapitalistische samenleving naar een peer to peer samenleving. Het verwijst ook naar het belang van het internet en de aanpassingen die wemen gaangaat moeten maken binnen onze huidige vorm van arbeid om over te schakelen naar een peer to peer samenleving.
http://blognl.p2pfoundation.net/?tag=p2p
 
Dit is de link naar de pagina van de wikispeedorganisatie. Dit is een heel mooi voorbeeld van een materiële peer to peer samenwerking.
http://wikispeed.org/
 
 
Bos, S. (2014,3 september). Economische begrippen.
Retrieved from: http://www.economische-begrippen.nl/arbeid/
 
Stouthuysen, P. ( 2013, 14 juni ). Krachtige koppeling: peer-to-peer en product-dienst combinaties. Retrieved from : http://www.plan-c.eu/2013/06/14/product-dienst-combinaties-en-peer-to-peer/
 
 
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.