Onderwijs in relatie tot P2P/Zelfallocatie: verschil tussen versies

geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Zelfallocatie is een begrip dat ontstaan is binnen het kader van een denkbeeldige peer-to-peer (p2p) samenleving. Het is een '''samentrekking van twee woorden''', nl. ‘zelf’ en het economische begrip ‘allocatie’.
 
'''Zelfallocatie''' is bijgevolg het zichzelf toewijzen aan iets. De persoon wordt zelf een productiemiddel en wijst zichzelf (zijn kennis, lichaam, ervaring, …) toe aan iets waarvoor hij/zij zich wilt inzetten. (Wikipedia,2014).
 
'''Allocatie''' van middelen is de wijze van aanwending van productiefactoren. De toewijzing van productiefactoren (zoals arbeid, natuur en kapitaal) over de verschillende productiemogelijkheden. (Wikipedia,2014). Zoals men duidelijk kan zien zal binnen de p2p samenleving zelfallocatie duidelijk naar andere economische dynamieken verwijzen dan deze van allocatie.
 
 
==Zelfallocatie en P2P.==
 
Volgens Michel Bauwens, cyberfilosoof en peer-to-peer pionier, kondigt het ontstaan van het internet een nieuw economisch tijdperk aan. Bauwens is ervan overtuigd dat elke nieuwe technologie onverwachte mogelijkheden met zich meebrengt. De mens is sterk aangewezen op technologie en elke nieuwigheid heeft dan ook maatschappelijke consequenties. Een uitvinding zoals het internet zou dan ook een revolutie kunnen ontketenen binnen de maatschappij van p2p en een evolutie kunnen in gang zetten richting een post-kapitalistische samenleving.(Bauwens,& Lievens,2013).
 
 
Het internet is een transparant en voor iedereen toegankelijk medium, dit vormt dan ook de ideale omgeving voor p2p-processen waar zelfallocatie deel van uit maakt. Onze huidige samenleving staat bol van de hiërarchische structuren. Elk bedrijf heeft bijvoorbeeld een organigram waarin duidelijk de hiërarchische structuur van CEO t.e.m. het gewone werkpersoneel wordt weergegeven. Echter, eens op het internet vallen die hiërarchische structuren weg. Het internet creëert een virtuele ruimte waarin alle mensen elkaars gelijke zijn. Het afstappen van deze hiërarchieën is een eerste stap richting een p2p-productie. Binnen een dergelijke productie is iedereen gelijk en het is door allemaal op gelijke voet samen te werken dat het product tot stand komt. Zo wordt er geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende bijdragers aan Wikipedia, ze worden enkel beoordeeld op hun bijdrage zelf ('''zelfallocatie'''), niet op hun afkomst, hun diploma’s enz.
Vroeger was dit soort samenwerking enkel mogelijk op kleine schaal, met de komst van het internet kan men nu echter ook op wereldschaal bepaalde productieprocessen organiseren. Het delen van informatie gaat veel gemakkelijker. (Bauwens,& Lievens,2013).
 
Bauwens beweert echter in hoofdstuk 1 van zijn boek. (Bauwens,& Lievens,2013) dat een p2p-economie niet kan ontstaan zonder het kapitalisme. Beide economieën zijn afhankelijk van elkaar. Het kapitalisme heeft het peer-to-peer-model nodig om te kunnen innoveren en reproduceren. Terwijl peer-productie ook nood heeft aan kapitaal, want vrijwillige inzet heeft ook zijn grenzen. Het is de uitdaging van de huidige samenleving om een systeem te vinden waarin beide tegengestelde filosofieën toch kunnen hand in hand gaan. Hiervoor zal het denken en handelen van de consumenten en de marktmechanismen drastisch moeten veranderen. Het systeem van arbeid, productie, kapitaal en kennis zal moeten geherdefinieerd worden naar een systeem waarin materiële productie (kapitalisme) onder invloed staat van een peer-to-peer-mechanisme, dat een participatief en democratisch productieproces stimuleert.
 
Als het voorgaande teruggekoppeld wordt naar het begrip '''zelfallocatie''', is het belangrijk om in te zien dat ‘allocatie’ thuis hoort in een kapitalistische wereld, terwijl ‘zelfallocatie’ thuis hoort in een samenleving van een p2p. In het huidige marktmechanisme bij een volkomen concurrentie maatschappij richten producenten hun productie via prijssignalen keurig vast volgens de wensen van de consumenten. (Bauwens,& Lievens,2013) Vragen de consumenten meer van een bepaald goed, dan gaat de prijs daarvan omhoog.
De hele Westerse wereld draait rond deze vorm van economie: een bakker bakt brood omdat hij voor geld kan verkopen aan zijn klanten, een fabrieksarbeider gaat elke dag werken in de fabriek omdat hij daar dagelijks of maandelijks een loon voor ontvangt, enz. Personeel wordt ook gestimuleerd om extra hard te werken door middel van bonussen en promoties, die een hoger loon inhouden.
 
Het kapitalistisch systeem staat volledig haaks op het peer-to-peer systeem. In dit laatste systeem is geld geen drijfveer.(Bauwens,& Lievens,2013,pag.42). Mensen vinden toch de motivatie om bij te dragen aan een gemeenschappelijk goed, zonder daar rechtstreeks voor beloond te worden. Het vraagt een andere manier van denken en leven. In een ideale p2p-samenleving is er geen plaats voor geld. Iedereen draagt zijn/haar steentje bij aan de samenleving en de maatschappij draait op de onbaatzuchtige inbreng van alle deelnemers. Als we dit geheel plaatje binnen een p2p samenleving kaderen, kan zelfallocatie beter omschreven worden als de vrijwillige bijdrage van een persoon aan een gemeenschappelijk project. Ook hier spreken we van de persoon en het productiemiddel, deze wijzen zich zelf toe aan een bepaald project, maar de persoon doet dit volledig onbaatzuchtig voor een gemeengoed of de ‘commons’. Hij levert een onzelfzuchtige dienst ten gunste van de samenleving.(Bauwens,& Lievens,2013, pag. 116).
 
Stel een denkbeeldig p2p-dorp voor met drie families: een landbouwersfamilie gespecialiseerd in graan, een landbouwersfamilie gespecialiseerd in groenteteelt en de laatste als jagersfamilie. Elke familie werkt binnen haar specialisatie. Op het einde van de dag brengen ze de verschillende oogsten samen en kunnen ze samen een gevarieerde maaltijd maken voor het volledige dorp/familie. De verschillende families werken vanuit de vanzelfsprekende motivatie om zich in te zetten voor algemeen goed en creëren zo welvaart voor het hele dorp.
Dat de p2p-gedachte en zelfallocatie voornamelijk wordt toegepast op gemeengoederen is niet onlogisch. Gemeengoederen zijn dan ook zeer moeilijk uit te drukken in geld. Iedereen kent min of meer de kostprijs van een brood, maar er is niemand die de kostprijs van één ton zuivere lucht of één ton proper water kent. Omdat er zo moeilijk een prijs op te plakken is, is het heel moeilijk om gemeengoederen een plaats te geven binnen een kapitalistisch systeem. Toch worden er pogingen ondernomen om het kapitalisme ook toe te passen op gemeengoed.
 
Een voorbeeld zijn de CO2-uitstootrechten die in Europa volgens het vrije marktsysteem verhandeld worden. Bedrijven mogen maar zoveel CO2 uitstoten als wat ze in emissierecht bezitten. Wilt een bepaald bedrijf meer CO2 uitstoten, dan zal het extra rechten moeten kopen op de markt. Hoe hoger de vraag naar CO2-uitstootrechten, hoe duurder deze emissierechten worden, op die manier zou de markt zich in evenwicht moeten kunnen houden en de algemene uitstoot beperkt blijven.(Departement leefmilieu, Natuur en energie, Retrieved December 13,2014).
 
Binnen een p2p-samenleving zijn zulke ingewikkelde regelingen niet nodig. Doordat iedereen bijdraagt aan het algemene goed, zal elk persoon en elk bedrijf ervoor zorgen dat zijn/haar CO2-uitstoot beperkt is en minimaal is, zodat het gemeengoed (in dit geval de luchtkwaliteit) gewaarborgd blijft. In een p2p-maatschappij is het veel gemakkelijker om gemeengoederen in stand te houden, omdat iedereen het vanzelfsprekend vindt om de welvaart in de samenleving voorop te stellen boven het eigenbelang.
Anonieme gebruiker
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.