Onderwijs in relatie tot P2P/Zelfallocatie: verschil tussen versies

 
 
Het internet is een transparant en voor iedereen toegankelijk medium, dit vormt dan ook de ideale omgeving voor p2p-processen waar zelfallocatie deel van uit maakt. Onze huidige samenleving staat bol van de hiërarchische structuren. Elk bedrijf heeft bijvoorbeeld een organigram waarin duidelijk de hiërarchische structuur van CEO t.e.m. het gewone werkpersoneel wordt weergegeven. Echter, eens op het internet vallen die hiërarchische structuren weg. Het internet creëert een virtuele ruimte waarin alle mensen elkaars gelijke zijn. Het afstappen van deze hiërarchieën is een eerste stap richting een p2p-productie. Binnen een dergelijke productie is iedereen gelijk en het is door allemaal op gelijke voet samen te werken datkomt het product tot stand komt. Zo wordt er geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende bijdragers aan Wikipedia, ze worden enkel beoordeeld op hun bijdrage zelf (zelfallocatie), niet op hun afkomst, hun diploma’s enz.
Vroeger was dit soort samenwerking enkel mogelijk op kleine schaal, met de komst van het internet kan men nu echter ook op wereldschaal bepaalde productieprocessen organiseren. Het delen van informatie gaat veel gemakkelijker (Bauwens,& Lievens,2013).
 
Bauwens beweert echter in hoofdstuk 1 van zijn boek (Bauwens,& Lievens,2013) dat een p2p-economie niet kan ontstaan zonder het kapitalisme. Beide economieën zijn afhankelijk van elkaar. Het kapitalisme heeft het peer-to-peer-model nodig om te kunnen innoveren en reproduceren. Terwijl peer-productie ook nood heeft aan kapitaal, want vrijwillige inzet heeft ook zijn grenzen. Het is de uitdaging van de huidige samenleving om een systeem te vinden waarin beide tegengestelde filosofieën toch kunnen hand in hand gaan. Hiervoor zal het denken en handelen van de consumenten en de marktmechanismen drastisch moeten veranderen. Het systeem van arbeid, productie, kapitaal en kennis zal moeten geherdefinieerd worden naar een systeem waarin materiële productie (kapitalisme) onder invloed staat van een peer-to-peer-mechanisme, dat een participatief en democratisch productieproces stimuleert.
 
Als het voorgaande teruggekoppeld wordt naar het begrip zelfallocatie, is het belangrijk om in te zien dat ‘allocatie’ thuis hoort in een kapitalistische wereld, terwijl ‘zelfallocatie’ thuis hoort in een samenleving van een p2p. In het huidige marktmechanisme bij een volkomen concurrentie maatschappij richten producenten hun productie via prijssignalen keurig vast volgens de wensen van de consumenten. (Bauwens,& Lievens,2013). Vragen de consumenten meer van een bepaald goed, dan gaat de prijs daarvan omhoog.
Bijvoorbeeld in de zomer is er meer vraag naar zonnemelk, bijgevolg zal in die periode de prijs in de winkel stijgen. De markt speelt in op de schaarste van dat goed op dat moment. DatDit is voor de producenten een signaal dat het aanbod moet worden uitgebreid. Het marktmechanisme bij een volkomen concurrentie brengt dus automatisch een situatie van optimale allocatie tot stand.
 
Zelfallocatie in een p2p-samenleving wordt echter niet gedreven door het marktmechanisme. De vraag naar kennis (Bvbv. Wikipedia) of zuivere lucht wordt niet doorgegeven via prijssignalen en is volledig onbekend. In een marktsysteem zou er geen enkele prikkel zijn voor de producenten om te produceren en hun aanbod uit te breiden. In een p2p-samenleving is die prikkel echter niet nodig. Mensen gaan produceren zonder daarvoor iets rechtstreeks in ruil te krijgen. Het is een participatief proces waarin alle mensen op gelijke voet beginnen en evenveel kunnen bijdragen aan het algemeen goed.
 
Met deze gedachte kan men zelfallocatie in de p2p samenleving ook kaderen binnen het begrip 'commons'.
In een p2p-samenleving wordt zelfallocatie veel gelinkt aan het beheer van het gemeen goed of de ‘commons’. Hieronder worden hulpbronnen verstaan die onder het gezamenlijk beheer van een groep of organisatie vallen en waarop geen afgebakende rechten bestaan(Bauwens,& Lievens,2013).
 
 
In de filosofie van zelfallocatie binnen een p2p-samenleving zouden deze problemen helemaal niet voorkomen. Een persoon die aan zelfallocatie doet, zet zich onbaatzuchtig in ten gunste van de maatschappij. In het voorbeeld van de visvangst zou dit dan betekenen dat de vissers zichzelf een bepaald quotum zouden opleggen van het aantal vis dat ze vangen. Ook al zouden zij nog meer winst kunnen maken als ze langer bleven doorvissen.
Dit is in vele gevallen in de huidige maatschappij en in de wereld echter een utopie. In dit voorbeeld is uiteindelijk het overheidssysteem moeten tussenkomen. Dit door het opleggen van bepaalde quota en verplichtingen waaraan bedrijven en vissers moeten voldoen. Indien ze deze criteria niet naleven, worden er boetes uitgedeeld. Hierdoor krijgen ze een drijfveer om zich aan de regels te houden. Zoals Bauwens (2013) notes “geld is niet de drijfveer” (pag. 42)
bron: http://ec.europa.eu/fisheries/cfp/fishing_rules/tacs/index_nl.htm (quota voor visvangst)
 
Anonieme gebruiker
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.