Spinoza Ethica/Deel 4: verschil tussen versies

2.529 bytes toegevoegd ,  2 jaar geleden
Capita (Hoofdstukken):
# Heel ons streven en onze begeerten zijn een gevolg van onze aard. Ze kunnen daaruit als directe oorzaak begrepen worden of meer gedeeltelijk (niet adequaat) omdat we een deel van de natuur zijn en er andere individuen (enkele dingen?) bij moeten betrokken moeten worden (?).
# De begeerten die we alleen uit onze aard kunnen begrijpen staan ...de eerstgenoemde begeerten heten terecht handelingen, want ze tonen onze kracht en de laatstgenoemde aandoeningen want ze tonen onze onmacht en gebrekkige kennis.
* 11 Maar de harten worden veroverd door liefde en edelmoedigheid in plaats van met wapens.
# Onze handelingen, dat is de begeerten bepaald door het vermogen van de mens of het verstand, zijn altijd goed, de andere begeerten kunnen zowel goed als slecht zijn.
* 12 Mensen zijn vooral gebaat bij een samenleving en bij het streven naar eenheid en in het algemeen naar het onderhouden van vriendschap.
# In dit leven is verbetering van het verstand het nuttigst en het grootste geluk van de mens. Gelukzaligheid is niets anders dan de gemoedsrust die uit de intuïtieve kennis van "God" voortkomt. Het vervolmaken van het verstand is niets anders dan het kennen van "God", zijn ''attributen'' en zijn daden, die uit zijn aard noodzakelijk voortvloeien. Daarom is het uiteindelijke doel van de mens die door het verstand geleid wordt (dat wil zeggen het voornaamste verlangen dat al de andere verlangens probeert te regelen) het verlangen om zichzelf en alles ''adequaat'' te kennen, wat het verstand kan bevatten.
# Zonder verstand is er geen redelijk leven en dingen zijn alleen goed voor zover ze de mens helpen een verstandig leven te leiden. Maar we noemen alleen slecht wat de mens belemmert om zijn verstand te vervolmaken.
# Omdat alles wat de mens veroorzaakt noodzakelijk goed moet zijn, kan de mens alleen iets slechts overkomen door uitwendige oorzaken, want de mens is een deel van de hele natuur. De menselijke natuur moet gehoorzamen aan haar wetten en zich op zowat oneindig veel manieren aanpassen.
# Het is onmogelijk dat de mens geen deel is van de natuur en de normale loop van de natuur niet volgt. Als de mens zich beweegt tussen individuele dingen (Latijn: ''individua'', commentaar: ook mensen) die bij zijn aard passen, dan steunt en bevordert dat zijn vermogen tot handelen (Latijn: ''agendia potentia''). Maar als hij zich integendeel tussen dingen bevindt waarmee hij niets gemeen heeft, kan hij zich niet aanpassen zonder grote verandering.
# We mogen alles verwijderen wat we in de werkelijkheid slecht vinden oftewel alles wat ons belemmert in ons verstandig leven. Maar integendeel wat we goed of nuttig voor ons zelfbehoud en een verstandig leven achten, mogen we toepassen en gebruiken. En iedereen mag absoluut doen wat hij in zijn belang acht volgens het hoogste natuurrecht (Latijn: ''naturae jus'').
# ..
# Naarmate mensen zich met jaloezie of haat tegen elkaar gedragen, zijn ze elkaars tegenstanders en zijn ze dus meer te vrezen dan andere losse dingen (Latijn: ''individua'') van de natuur.<br><br>
* 11# Maar de harten worden veroverd door liefde en edelmoedigheid in plaats van met wapens.
* 12# Mensen zijn vooral gebaat bij een samenlevingsamenleven en bij het streven naar eenheid en in het algemeen naar het onderhouden van vriendschap.
* 20 Wat het huwelijk betreft: dit is zeker verstandig als het seksuele verlangen niet alleen door uiterlijk wordt opgewekt, maar ook door de behoefte om kinderen te krijgen en verstandig op te voeden. En verder als de liefde van man en vrouw niet alleen komt door het uiterlijk maar vooral door de vrijheid van de ziel.
* 21 Verder geeft vleierij ook eendracht, maar alleen door slaafsheid of trouweloosheid. Niemand is gevoeliger voor gevlei dan verwaande mensen die ten onrechte de eersten willen zijn.
2.532

bewerkingen

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.