Spinoza Ethica/Deel 4: verschil tussen versies

2.550 bytes toegevoegd ,  2 jaar geleden
 
==Stellingen==
# Als een onjuist idee (een valse voorstelling) een positieve kant heeft, blijft die in stand tegenover de waarheid. - Opmerking: Bijvoorbeeld de suggestie dat de zon op 200 voet staat, blijven we houden ook al weten we beter. Als de zon in het water weerkaatst wordt, lijkt de zon onder water te staan, ook al weten we dat dit niet zo is. We houden foute voorstellingen dus ondanks het kennen van de waarheid, ze verdwijnen pas door confrontatie met sterkere ideeën, die het misverstand uitsluiten.
# Wij lijden (ondergaan iets) voorzover we een deel van de natuur zijn, dat op zichzelf en zonder andere delen onbegrijpelijk is. - Bewijs: men zegt dat we iets ondergaan als er iets in ons ontstaat waarvan we niet de hele oorzaak vormen (3d2), dat wil zeggen (3d1) iets wat niet uit de wetten van onze natuur alleen kan worden afgeleid.
# .
# De kracht waarmee de mens het bestaan volhoudt, is beperkt en de uitwendige oorzaken overtreffen hem oneindig.
# .
# Het is onmogelijk dat de mens niet een deel van de Natuur is, en alleen veranderingen zou ondergaan, die uit zijn eigen aard te verklaren zijn en waarvan hij de afdoende oorzaak is. ( van invloeden van buiten.)Commentaar: afhankelijkheid van de mens
# .
# De kracht en de toename van iedere passie (Latijn: ''passio'') en haar vermogen om te blijven bestaan, wordt niet bepaald door het vermogen waarmee we in leven proberen te blijven, maar door de kracht van een uitwendige oorzaak vergeleken met onze eigen kracht.
# De kracht van een passie of hartstocht kan de overige handelingen van de mensen of de macht overtreffen, zodat deze hartstocht de mens hardnekkig beheerst.?
# .
# Een emotie/invloed (Latijn: ''affectus'') kan alleen geremd of opgeheven worden door een andere die tegengesteld en sterker is.
# .
# De kennis van goed en kwaad (Latijn: ''cognitio boni et mali'') is niets anders dan de emotie van blijdschap of verdriet, voorzover we ons die bewust zijn.
# .
# Een emotie is in onze verbeelding sterker als we ons voorstellen dat haar oorzaak aanwezig is, dan als we denken dat de oorzaak niet aanwezig is.
# .
# <!--10--> Iets toekomstigs dat we snel verwachten, pakt ons heviger aan, dan iets wat volgens ons later komt. Een herinnering aan volgens ons iets recents doet ons meer dan een herinnering aan iets volgens ons van lang geleden.<br><br>
# De emotie over een zaak die we als noodzakelijk voorstellen is onder verder gelijke omstandigheden sterker dan als die zaak misschien of toevallig en dus niet noodzakelijk optreedt.
# De emotie over iets waarvan we weten dat het er niet is, maar dat we voor mogelijk houden, is onder gelijke omstandigheden sterker dan over iets dat volgens ons toevallig is.
# .
# De emmotie over een toevallige zaak, waarvan we weten dat die nu niet aanwezig is, is onder gelijke omstandigheden zwakker dan over iets in het verleden.
# .
# De ware kennis van goed en kwaad kan op zichzelf geen enkele emotie bedwingen. Zij kan dat alleen als ze als emotie wordt gezien.
# .
# Het verlangen dat voortkomt uit de ware kennis van goed en kwaad, kan door vele andere begeerten, die ontstaan uit emoties waarmee we te kampen hebben, gesmoord of tegengewerkt worden.
# Het verlangen, dat ontstaat uit de kennis van goed en kwaad, voor zover die kennis (iets goeds of kwaads in) de toekomst (?, Latijn: ''futurus'') betreft, kan gemakkelijker tegengewerkt worden of gesmoord door het verlangen naar dingen die tegenwoordig prettig zijn.
# Het verlangen dat voortkomt uit de kennis van goed en kwaad, voorzover ze slaat (Latijn: ''versare'') op toevallige dingen kan veel makkelijker getemperd worden door het verlangen naar dingen die aanwezig zijn.
# .
# Een verlangen dat voortkomt uit blijdschap is onder gelijke omstandigheden sterker dan een verlangen dat uit verdriet voortkomt.
# .
# Ieder moet volgens de wetten van zijn aard datgene nastreven of afwijzen wat hij voor goed of slecht houdt.
# .
# <!--20--> Hoe meer iemand zijn eigenbelang behartigt, dat wil zeggen naar zelfbehoud streeft en dat beter kan, des te deugdzamer is hij daardoor. Omgekeerd, hoe meer iemand zijn eigenbelang, dat wil zeggen zijn zelfbehoud, verwaarloost, des te zwakker hij is.<br><br>
# Niemand kan gelukkig willen zijn, goed te handelen en goed te leven, die tegelijkertijd niet verlangt te zijn, te handelen, en te leven, dat wil zeggen, echt te bestaan.
2.532

bewerkingen

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.