Spinoza Ethica/Deel 4: verschil tussen versies

8 bytes toegevoegd ,  2 jaar geleden
k
k (→‎Stellingen: test met anchor name, doublure weg)
 
==Stellingen==
# Als een onjuist idee (een valse voorstelling) een positieve kant heeft, blijft die in stand tegenoverbij blootstelling aan de waarheid. - Opmerking: Bijvoorbeeld de suggestie dat de zon op 200 voet staat, blijven we houden ook al weten we beter. Als de zon in het water weerkaatst wordt, lijkt de zon onder water te staan, ook al weten we dat dit niet zo is. We houden foute voorstellingen dus ondanks het kennen van de waarheid, ze verdwijnen pas door confrontatie met sterkere ideeën, die het misverstand uitsluiten.
# Wij lijden (ondergaan iets) voorzover we een deel van de natuur zijn, dat op zichzelf en zonder andere delen onbegrijpelijk is. - Bewijs: men zegt dat we iets ondergaan als er iets in ons ontstaat waarvan we niet de hele oorzaak vormen (3d2), dat wil zeggen (3d1) iets wat niet uit de wetten van onze natuur alleen kan worden afgeleid.
# De kracht waarmee de mens het bestaan volhoudt, is beperkt en de uitwendige oorzaken overtreffen hem oneindig.
# Het is onmogelijk dat de mens niet een deel van de Natuur is, en alleen veranderingen zou ondergaan, die uit zijn eigen aard te verklaren zijn en waarvan hij de afdoende oorzaak is. (Commentaar: vande invloedenafhankelijkheid van buiten.)Commentaar:de afhankelijkheidmens van de mensbuitenwereld.
# De kracht en de toename van iedere passie (Latijn: ''passio'') en haar vermogen om te blijven bestaan, wordt niet bepaald door het vermogen waarmee we in leven proberen te blijven, maar door de kracht van een uitwendige oorzaak vergeleken met onze eigen kracht.
# De kracht van een passie of hartstocht kan de overige handelingen van de mensen of de macht overtreffen, zodat deze hartstocht de mens hardnekkig beheerst.?
2.532

bewerkingen

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.