Spinoza Ethica/Deel 4: verschil tussen versies

1.085 bytes toegevoegd ,  2 jaar geleden
→‎Stellingen: {{Anker|4s70}}
(→‎Axioma: {{Anker|4a1}})
(→‎Stellingen: {{Anker|4s70}})
 
==Stellingen==
# {{Anker|4s1}} Als een onjuist idee (een valse voorstelling) een positieve kant heeft, blijft die in stand bij blootstelling aan de waarheid. - Opmerking: Bijvoorbeeld de suggestie dat de zon op 200 voet staat, blijven we houden ook al weten we beter. Als de zon in het water weerkaatst wordt, lijkt de zon onder water te staan, ook al weten we dat dit niet zo is. We houden foute voorstellingen dus ondanks het kennen van de waarheid, ze verdwijnen pas door confrontatie met sterkere ideeën, die het misverstand uitsluiten.
# {{Anker|4s2}} Wij lijden (ondergaan iets) voorzover we een deel van de natuur zijn, dat op zichzelf en zonder andere delen onbegrijpelijk is. - Bewijs: men zegt dat we iets ondergaan als er iets in ons ontstaat waarvan we niet de hele oorzaak vormen (3d2), dat wil zeggen (3d1) iets wat niet uit de wetten van onze natuur alleen kan worden afgeleid.
# {{Anker|4s3}} De kracht waarmee de mens het bestaan volhoudt, is beperkt en de uitwendige oorzaken overtreffen hem oneindig.
# {{Anker|4s4}} Het is onmogelijk dat de mens niet een deel van de Natuur is, en alleen veranderingen zou ondergaan, die uit zijn eigen aard te verklaren zijn en waarvan hij de afdoende oorzaak is. Commentaar: de afhankelijkheid van de mens van de buitenwereld.
# {{Anker|4s5}} De kracht en de toename van iedere passie (Latijn: ''passio'') en haar vermogen om te blijven bestaan, wordt niet bepaald door het vermogen waarmee we in leven proberen te blijven, maar door de kracht van een uitwendige oorzaak vergeleken met onze eigen kracht.
# {{Anker|4s6}} De kracht van een passie of hartstocht kan de overige handelingen van de mensen of de macht overtreffen, zodat deze hartstocht de mens hardnekkig beheerst.?
# {{Anker|4s7}} Een emotie/invloed (Latijn: ''affectus'') kan alleen geremd of opgeheven worden door een andere die tegengesteld en sterker is.
# {{Anker|4s8}} De kennis van goed en kwaad (Latijn: ''cognitio boni et mali'') is niets anders dan de emotie van blijdschap of verdriet, voorzover we ons die bewust zijn.
# {{Anker|4s9}} Een emotie is in onze verbeelding sterker als we ons voorstellen dat haar oorzaak aanwezig is, dan als we denken dat de oorzaak niet aanwezig is.
# {{Anker|4s10}} <!--10--> Iets toekomstigs dat we snel verwachten, pakt ons heviger aan, dan iets wat volgens ons later komt. Een herinnering aan volgens ons iets recents doet ons meer dan een herinnering aan iets volgens ons van lang geleden.<br><br>
# {{Anker|4s11}} De emotie over een zaak die we als noodzakelijk voorstellen is onder verder gelijke omstandigheden sterker dan als die zaak misschien of toevallig en dus niet noodzakelijk optreedt.
# {{Anker|4s12}} De emotie over iets waarvan we weten dat het er niet is, maar dat we voor mogelijk houden, is onder gelijke omstandigheden sterker dan over iets dat volgens ons toevallig is.
# {{Anker|4s13}} De emmotie over een toevallige zaak, waarvan we weten dat die nu niet aanwezig is, is onder gelijke omstandigheden zwakker dan over iets in het verleden.
# {{Anker|4s14}} De ware kennis van goed en kwaad kan op zichzelf geen enkele emotie bedwingen. Zij kan dat alleen als ze als emotie wordt gezien.
# {{Anker|4s15}} Het verlangen dat voortkomt uit de ware kennis van goed en kwaad, kan door vele andere begeerten, die ontstaan uit emoties waarmee we te kampen hebben, gesmoord of tegengewerkt worden.
# {{Anker|4s16}} Het verlangen, dat ontstaat uit de kennis van goed en kwaad, voor zover die kennis (iets goeds of kwaads in) de toekomst (?, Latijn: ''futurus'') betreft, kan gemakkelijker tegengewerkt worden of gesmoord door het verlangen naar dingen die tegenwoordig prettig zijn.
# {{Anker|4s17}} Het verlangen dat voortkomt uit de kennis van goed en kwaad, voorzover ze slaat (Latijn: ''versare'') op toevallige dingen kan veel makkelijker getemperd worden door het verlangen naar dingen die aanwezig zijn.
# {{Anker|4s18}} Een verlangen dat voortkomt uit blijdschap is onder gelijke omstandigheden sterker dan een verlangen dat uit verdriet voortkomt.
# {{Anker|4s19}} Ieder moet volgens de wetten van zijn aard datgene nastreven of afwijzen wat hij voor goed of slecht houdt.
# {{Anker|4s20}} <!--20--> Hoe meer iemand zijn eigenbelang behartigt, dat wil zeggen naar zelfbehoud streeft en dat beter kan, des te deugdzamer is hij daardoor. Omgekeerd, hoe meer iemand zijn eigenbelang, dat wil zeggen zijn zelfbehoud, verwaarloost, des te zwakker hij is.<br><br>
# {{Anker|4s21}} Niemand kan gelukkig willen zijn, goed te handelen en goed te leven, die tegelijkertijd niet verlangt te zijn, te handelen, en te leven, dat wil zeggen, echt te bestaan.
# {{Anker|4s22}} Er is geen enkele deugd voorstelbaar die sterker is (eerder komt, voorrang heeft boven, Latijn: ''prior'') dan het streven naar zelfbehoud (Latijn: ''conatus sese conservandi'').
# {{Anker|4s23}} Van een mens die gedreven wordt om iets te doen, doordat hij inadequate ideeën heeft, kan volstrekt niet gezegd worden dat hij uit deugdzaamheid handelt, maar alleen voor zover hij bepaald wordt, door wat hij begrijpt.
# {{Anker|4s24}} Volstrekt deugdzaam handelen is in ons niets anders, dan onder leiding van het verstand te handelen, te leven, te streven naar zelfbehoud (betekent alle drie hetzelfde) op grond van het streven naar het eigenbelang.
# {{Anker|4s25}} Niemand streeft naar zelfbehoud om een andere reden.
# {{Anker|4s26}} Alles wat we met verstand proberen, is niets anders dan dat begrijpen. De geest vindt als hij nadenkt, voor zichzelf alleen nuttig wat tot begrip leidt.
# {{Anker|4s27}} Van niets weten we zeker dat het goed of slecht is, dan van wat echt tot begrip leidt of dit kan beletten.
# {{Anker|4s28}} Het hoogste goed van de geest is de kennis van "God", en de hoogste deugd van de geest is het kennen van "God" (Latijn: ''Summum Mentis bonum est Dei cognitio, et summa Mentis virtus Deum cognoscere'').
# {{Anker|4s29}} Een afzonderlijk ding, dat een totaal andere aard heeft dan wij, kan ons vermogen tot handelen niet bevorderen of tegenwerken. En alleen kan iets goed of slecht voor ons zijn, als het iets met ons gemeen heeft.
* {{Anker|4s30}} 30 Niets kan door een met eigenschap die wij ook hebben slecht voor ons zijn. Maar voor zover het slecht voor ons is, is het strijdig met onze aard.<br><br>
* {{Anker|4s31}} 31 Naarmate iets bij onze aard past, moet het wel goed zijn.
* {{Anker|4s32}} 32 Naarmate mensen meer ten prooi vallen aan emoties (Latijn: ''passiones''), kan men des te minder zeggen dat ze bij elkaar passen/het eens worden (Latijn: ''convenire'').
* {{Anker|4s33}} 33 Mensen kunnen van nature verschillen wanneer ze door gepassioneerde emoties (Latijn: ''affectus qui passiones sunt'') gekweld worden. Daardoor is een mens in zijn eentje al veranderlijk en wispelturig.
* {{Anker|4s34}} 34 Wanneer mensen gekweld worden door gepassioneerde emoties, kunnen ze met elkaar in conflict komen.
* {{Anker|4s35}} 35 Voor zover de mensen het verstand volgen, moeten ze wel altijd bij elkaar passen.
* {{Anker|4s36}} 36 Het hoogste goed voor wie de deugd nastreeft is voor iedereen hetzelfde en daarom kan iedereen daar blij om zijn.
* {{Anker|4s37}} 37 Het goede dat ieder die de deugd nastreeft, voor zichzelf verlangt, wil hij ook voor de anderen, en des te sterker, naarmate hij grotere kennis van "God" heeft.
* {{Anker|4s38}} 38 Nuttig is wat het lichaam ontvankelijk maakt voor vele indrukken of wat het geschikt maakt om op allerlei manieren in te werken op uitwendige voorwerpen...Maar schadelijk is alles wat het lichaam hiervoor minder geschikt maakt.
* {{Anker|4s39}} 39 Goed is wat de verhouding van rust en beweging van lichaamsdelen behoudt. Slecht is alles wat de verhouding van rust en beweging van de lichaamsdelen verandert.
* {{Anker|4s40}} 40 Wat het gemeenschapsleven stimuleert en eendracht bevordert is nuttig. Slecht is wat tot ruzie leidt in de samenleving.<br><br>
* {{Anker|4s41}} 41 Blijdschap is zonder meer (Latijn: ''directè'') niet slecht, maar goed. Droefheid is zonder meer slecht.
* {{Anker|4s42}} 42 Je kunt niet ''te'' opgewekt zijn (Latijn: ''hilaritas''). '''Opgewektheid''' is altijd goed, maar '''neerslachtigheid''' (Latijn: ''melancholia'') is altijd slecht.
* {{Anker|4s43}} 43 Er kan teveel '''prikkeling''' (Latijn: ''titillatio'') zijn, dat is slecht. Verdriet kan goed zijn naarmate de prikkeling of de blijdschap slecht is. (Verdriet kan teveel prikkeling tegengaan.)
* {{Anker|4s44}} 44 Liefde en begeerte kunnen te sterk zijn.
* {{Anker|4s45}} 45 Haat kan nooit goed zijn.
* {{Anker|4s46}} 46 Wie leeft volgens het verstand probeert zoveel mogelijk de haat, woede en minachting die hij van anderen ondervindt, met liefde en edelmoedigheid te vergelden.
* {{Anker|4s47}} 47 Gevoelens van hoop en vrees (Latijn: ''spei et metus affectus'') kunnen op zichzelf beschouwd niet goed zijn.
* {{Anker|4s48}} 48 Gevoelens van '''overschatting''' en minachting ((Latijn: ''despectus'') zijn altijd slecht.
* {{Anker|4s49}} 49 Overschatting maakt iemand die overschat wordt, gemakkelijk trots (arrogant).
* {{Anker|4s50}} 50. '''Medelijden''' (Latijn: ''commiseratio'') is voor de mens die verstandig leeft als zodanig slecht en nutteloos.
:::''Bewijs'': Medelijden is droefheid ([[Spinoza_Ethica/Deel_3#Definities_van_de_gevoelens|Definitie 18]]) en als zodanig slecht (Dit deel Stelling 41). Het goede dat deze emotie met zich meebrengt, namelijk iemand proberen te helpen ([[Spinoza_Ethica/Deel_3#Stellingen|Deel 3 Stelling 27, bijkomende stelling 3]]), willen we alleen door het verstand (Dit deel Stelling 37). We kunnen iets alleen maar op voorschrift van het verstand doen, als we zeker weten dat het goed is (Dit deel Stelling 27). Medelijden is dus bij iemand die verstandig leeft slecht en nutteloos. [[w:nl:Quod erat demonstrandum|QED]].
::::''Corollarium'' (Bijkomende stelling): Hieruit volgt, dat de mens die verstandig leeft, medelijden zoveel mogelijk probeert te voorkomen.
:::''Scholium'' (Commentaar): wie het juiste inzicht heeft dat alles uit de "goddelijke" natuur voortkomt en volgens eeuwige natuurwetten en regels gebeurt, zal nooit iets tegenkomen wat zijn haat, lachlust of minachting waard is en hij zal met niemand medelijden hebben, maar zover als de menselijke deugd hem brengt proberen om zoals men zegt '''goed te doen en blij te zijn''' (Latijn: '''bene agere et laetari'''). Hier komt bij dat wie makkelijk medelijden voelt en door het leed en de tranen van een ander bewogen wordt, vaak iets doet, waar hij later spijt van heeft, zowel omdat we uit emotie niets doen, waarvan we zeker weten dat het goed is, als omdat we door valse tranen makkelijk misleid worden. En ik heb het hier uitdrukkelijk over iemand die onder leiding van het verstand leeft. Want iemand die noch door het verstand noch door medelijden bewogen wordt om anderen te helpen noemt men terecht onmenselijk. Want hij lijkt in niets op een mens ([[Spinoza_Ethica/Deel_3#Stellingen|Deel 3 Stelling 27]]).<br><br>
* {{Anker|4s51}} 51. '''Begunstiging''' ('''genegenheid''', Latijn: ''Favor'') is niet in strijd met het verstand, maar kan daarmee kloppen en eruit voortkomen.
* {{Anker|4s52}} 52. '''Tevredenheid met zichzelf''' (Latijn: ''acquiescentia in se ipso'') kan uit het verstand voortkomen en is dan de hoogst mogelijke.
* {{Anker|4s53}} 53. Nederigheid?/'''Neerslachtigheid''' (Latijn: ''humilitas'') is geen deugd en komt niet door het verstand.
* {{Anker|4s54}} 54. '''Berouw''' is geen deugd en komt niet door het verstand. Maar wie ergens berouw over heeft, is dubbel ongelukkig of machteloos.
* {{Anker|4s55}} 55. De grootste '''verwaandheid''' (Latijn: ''superbia'') of '''zelfonderschatting''' is een totaal gebrek aan zelfkennis.
* {{Anker|4s56}} 56. De grootste verwaandheid (Latijn: ''superbia'') of zelfonderschatting wijst op een totaal zwakke ziel/gemoed.
* {{Anker|4s57}} 57. Een verwaand (opmerking: arrogant) iemand houdt van het gezelschap van klaplopers en vleiers en heeft een hekel aan dat van edelmoedige mensen.
* {{Anker|4s58}} 58. '''Trots''' (Latijn: ''gloria'') is niet in strijd met het verstand, maar kan er door veroorzaakt worden.
* {{Anker|4s59}} 59. Alle daden waartoe we gedwongen worden door een passieve aandoening ((Latijn: ''affectus, qui passio est'') kunnen we ook verrichten vanuit het verstand.
* {{Anker|4s60}} 60. Een verlangen, dat uit blijdschap of droefheid ontstaat en dat te maken heeft met een of meer maar niet alle lichaamsdelen, is nutteloos voor de mens als geheel.<br><br>
* {{Anker|4s61}} 61. De begeerte die uit het verstand (Latijn: ''ratio'') voortkomt, kan niet te groot zijn.
* {{Anker|4s62}} 62. Als de geest (Latijn: ''Mens'') zaken volgens het voorschrift van het verstand opvat, komt hem het idee van een zaak in de toekomst, verleden of heden op dezelfde manier voor.
* {{Anker|4s63}} 63. Wie door vrees geleid wordt en het goede doet om het kwade te vermijden, laat zich niet door het verstand leiden.
* {{Anker|4s64}} 64. De kennis van iets slechts is onvolledige kennis (Latijn: ''cognitio inadaequata'').
* {{Anker|4s65}} 65. Als we ons laten leiden door het verstand streven we van twee goede zaken de beste en van twee slechte zaken de minst slechte na.
* {{Anker|4s66}} 66. Als we ons laten leiden door het verstand verkiezen we een groter goed in de toekomst boven een kleiner goed nu, en een kleiner huidig kwaad boven een groter kwaad in de toekomst.
* {{Anker|4s67}} 67. Een vrije mens denkt nergens minder aan dan aan zijn dood. Zijn wijsheid bestaat eruit, het leven te overdenken en niet de dood.
* {{Anker|4s68}} 68. Als de mensen vrij geboren zouden worden, zouden ze zolang ze vrij blijven, geen begrip (Latijn: ''conceptus'') van goed en kwaad vormen.
* {{Anker|4s69}} 69. De deugd van een vrije mens blijkt net zo bij het vermijden als bij het overwinnen van gevaren.
* {{Anker|4s70}} 70. Een vrije mens die onder onwetende mensen leeft probeert hun gunsten zoveel mogelijk te weigeren.<br><br>
* {{Anker|4s71}} 71. Alleen vrije mensen kunnen elkaar heel dankbaar zijn.
* {{Anker|4s72}} 72. Een vrij mens handelt nooit te kwader, maar steeds te goeder trouw.
* {{Anker|4s73}} 73. Wie verstandig leeft is vrijer in een gemeenschap waar hij zich aan algemene regels houdt, dan in de eenzaamheid waar hij eigen baas is.
 
==Aanhangsel en Samenvatting==
2.532

bewerkingen

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.