Maatschappijleer/Massamedia/Media en publiek: verschil tussen versies

k
herred.
({{sub}})
k (herred.)
Een andere theorie, de onpersoonlijk impacthypothese, gaat uit van de beperkte invloed van de massamedia door het onpersoonlijke karakter. Dit is op zijn beurt gelegen in de algemene aard van mediaboodschappen. Dit is noodzakelijk om een zo groot mogelijk publiek te kunnen bereiken.
 
Deze theorie heeft een nadere invulling gekregen in met name de nieuwsberichten inzake risico’s en gevaren. Volgens Tyler & Cook (1984) en Velthuijsen (1996) wordt de inschatting van risico’s door mensen gebaseerd op twee van elkaar onafhankelijke beoordelingsmechanismen, namelijk oordelen op maatschappelijk en op persoonlijk niveau. De onpersoonlijke impacthypothese gaat er vanervan uit dat de massamedia wel de risicobeoordeling van het publiek kunnen beïnvloeden dus op maatschappelijk niveau, maar niet op persoonlijk niveau. Wetenschappelijk onderzoek heeft deze hypothese onderbouwd, waardoor deze gerekend kan worden binnen het paradigma van beperkte effecten. Alleen onder bijzondere omstandigheden kunnen mediaboodschappen invloed hebben op risicobeoordeling op persoonlijk niveau, bijvoorbeeld bij berichtgeving die zeer tot de verbeelding spreekt, van persoonlijk belang is voor de ontvanger of deze de boodschap met een bepaald doel tot zich neemt.
 
De verklaringen van deze hypothese beweert men te vinden in:
==== 2.5 De kenniskloofhypothese ====
 
Ook deze hypothese valt binnen het paradigma van beperkte effecten. Tichenor, Donohue en Olien (1970) gingen er vanervan uit dat het opdoen van kennis uit de berichtgeving door de massamedia verband hield met de sociaal-economische status (ses) van de ontvanger van die berichten. Met andere woorden: de ontvanger verwierf meer kennis naarmate zijn ses hoger was, al was het alleen door de hogere snelheid waarmee een hoger opgeleide informatie tot zich neemt. Aldus ontstaat een kenniskloof tussen hoger en lager opgeleiden. Die hogere snelheid van verwerving van kennis kan men opvatten in de zin van ‘eerder’: de hoger opgeleiden verwerven de kennis eerder. Als gevolg hiervan zou de kenniskloof na verloop van tijd kunnen stabiliseren. Een andere opvatting gaat uit van een snellere verwerving van kennis door een hoger opgeleide per tijdseenheid. In dit geval verbreedt de kenniskloof zich alleen maar.
 
Ook deze hypothese is wetenschappelijk onderzocht en heeft een theoretische onderbouwing gekregen. Zo wordt deze hypothese aan de volgende factoren toegeschreven:
10.993

bewerkingen

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.