Netwerkbekabeling: verschil tussen versies

871 bytes verwijderd ,  2 jaar geleden
* Iedere geleider waar een stroom doorheen loopt, wekt een [[w:Elektromagnetisme|elektromagnetisch]] veld op, die het signaal op de TP-kabel kan verstoren. Zo ligt een TP-kabel vaak in dezelfde kabelgoot als de elektriciteitskabel, of kan het ene kabeltje van de TP-kabel een storing geven op een ander kabeltje.
 
Bij een netwerkkabel wordt gewerkt met kleine spanningen en om het transport voor data zo ongevoelig als mogelijk te maken voor elektromagnetische storingen (de [[w:Overspraak|overspraak]]), wordt gekeken naar een spannings'''verschil'''. Stel dat dedeze storing komt van een kabel op 230 V, dan zal deze een elektromagnetische storing geven, voorgesteld door de pijl op onderstaande tekening. Als de draden niet getwist zijn, dan zal de storing het grootst zijn op de kabel het dichtst bij de stoorzender. Bijgevolg wordt aan de ene kant van de kabel een ander spanningsverschil gemeten, dan is verstuurd (voor het gemak zijn ronde getallen gebruikt): het signaal is onbruikbaar geworden.
Er moet dus iets op gevonden worden om de kabel zo ongevoelig mogelijk te maken voor zulke storingen. Een netwerk werkt namelijk met kleine spanningen en is dus extra gevoelig voor storingen. Men maakt hiervoor gebruik van een "gebalanceerd circuit". Als je een signaalspanning wil detecteren, moet je altijd een referentie hebben. Als men zegt "''op een stopcontact staat 230 V''", dan bedoelt men eigenlijk: "''het spanningsverschil tussen de beide draden van het stopcontact bedraagt 230 V''". Dit is te vergelijken met de werking van een [[w:hevel|hevel]]: als het ene waterniveau op 50 cm staat en het andere op 20 cm is er waterdruk. Als het waterniveau allebei op 35 cm staat, is er geen waterdruk meer.
 
Stel dat de storing komt van een kabel op 230 V, dan zal deze een elektromagnetische storing geven, voorgesteld door de pijl op onderstaande tekening. Als de draden niet getwist zijn, dan zal de storing het grootst zijn op de kabel het dichtst bij de stoorzender. Bijgevolg wordt aan de ene kant van de kabel een ander spanningsverschil gemeten, dan is verstuurd (voor het gemak zijn ronde getallen gebruikt).
 
[[File:UTP-noTwists.png]]
 
OmAls deze invloeden te vermijden wordt er bij iedere draad een referentiedraad gevoegd. Deze vormen dusje de draadparen.draden Omdatper dezetwee draden getwist zijntwist, zijn ze gemiddeld genomen evenveel blootgesteld aan een eventuele storingsbron. Omdat de inwerking op beide draden gebeurt, zal de spanning in '''beide''' draden dus evenveel dalen/stijgen. Het '''verschil''' in spanning tussen beide draden nog steeds even groot! Als je de aanbevelingen bij UTP volgt, dan kan deze zonder problemen zijn signaal 100 meter ver vervoeren.
 
[[File:UTP-twisted.png]]
 
Bij kabels die niet getwist zijn zullen storingen (de [[w:Overspraak|overspraak]]) een veel groter effect op hebben op slechts één draad. Hierdoor wordt het spanningsverschil beïnvloed en dit kan tot gevolg hebben dat het originele signaal onbruikbaar is geworden. Als je de aanbevelingen bij UTP volgt, dan kan deze zonder problemen zijn signaal 100 meter ver vervoeren.
 
=== Soorten kabel ===
3.897

bewerkingen

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.