Basiskennis chemie/Classificatie van stoffen/Concentratie: verschil tussen versies

k
geen bewerkingssamenvatting
(Nieuwe pagina aangemaakt met '{{sub}} {{Kolommen2 (variabel) | Header = 1 | Kop = Concentratie | KopLevel = 1 | Kol1 = Een mol heeft als hoeveelheid in het laboratorium een paar nadelen: * Het i...')
 
kGeen bewerkingssamenvatting
 
| KopLevel = 1
| Kol1 = Een mol heeft als hoeveelheid in het laboratorium een paar nadelen:
* Het is vaak een ontzettend grote hoeveelheid. Van een stof als keukenzout valt het nog mee: 58.44 gram. Maar van kristalsuiker is dat 342 gram, en van vet in boter al 890 gram. EenEn die twee laatste stoffen zijn nog maar kleintjes in de moleculen waar de biologie mee werkt. Je kunt veel makkelijker met millimol (mmol, één duizendste mol) of bij echte grote moleculen met micromol (μmol. één miljoenste mol) werken.
* Een tweede nadeel is het netjes afwegen van die hoeveelheden: kristalletje er bij, korreltje er weer van af.
Beide problemen kun je (letterlijk) oplossen door met een oplossing te werken. Door 58.44 gram keukenzout, dus 1.00 mol, in één liter water op te lossen, kun je het zout makkelijk in kleine delen van een mol afmeten en gebruiken.
| Anker = Concentratie beschrijving
| Kol1 = Je hebt nu wel een maat nodig om aan te geven hoeveel zout er in de oplossing zit. In het laboratorium wordt hiervoor de mol.L<sup>-1</sup> (mol/L, mol per liter) gebruikt. Je geeft steeds op hoeveel mol je nodig zou hebben om een hele liter van de oplossing te maken.
: Dat wil dus niet zeggen dat je steeds een hele liter maakt (je kunt ook minder maken), of '''maar''' één liter maakt. Net als een snelheidsmaniak een bekeuring kan krijgen voor een snelheid van 200 km/uur zonder in één uur 200 km afgelegd te hebben, geldt dat ook voor concentraties.
Concentratie is daarmee net zo iets als snelheid. Voor snelheid deel je de afgelegde weg door de tijd die je ervoor nodig hebt, voor concentratie deel je het aantal mol door het volume waar het inzit.
| Formule = <math>\mathrm{concentratie \ = \ \frac{aantal \ mol}{volume}}</math>
}}
{{Kolommen2 (variabel)
| Kol1 = Je kunt vergelijking 1 uitrekenen als je het aantal mol weet. Maar je weet alleen over welke stof het gaat en de massa daarvan: 2.00 gram natriumhydroxide. Als je weet over welke stof het gaat, kun je ook de molaire massa uitrekenen en de formule voor de molaire massa gebruiken:
| Formule = <math>M \ = \ \frac{massa}{aantal \ mol}</math>
| Nummer = verg. 2
10.999

bewerkingen

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.