Latijn (scholierenversie)/Les 3

Ire en ferre

bewerken

In de vorige les hebben we de onregelmatige werkwoorden esse (zijn) en posse (kunnen) geleerd. In deze les komen ire (gaan) en ferre (brengen, dragen). Hieronder zie je de schema's.


Indicativus eo fero
is fers
it fert
imus ferimus
itis fertis
eunt ferunt
Imperativus i fer
ite ferte
Infinitivus ire ferre

Ook bij deze werkwoorden zie je steeds dezelfde uitgangen terug (-o, -s, -t, -mus, -tis, -nt), maar de stam verandert steeds.

Imperfectum (onvoltooid verleden tijd)

bewerken

In het Latijn is er ook een (onvoltooid) verleden tijd, het imperfectum. Het imperfectum wordt gevormd door de stam + -ba- + uitgang, of stam + -eba- + uitgang. Dus bijvoorbeeld jij roept wordt voca-s, en jij riep wordt voca-ba-s. Hieronder het schema:


Praesens a-stam e-stam i-stam mk-stam esse posse ire ferre
Indicativus voc-o timé-o audi-o reg-o sum possum eo fero
voca-s timé-s audi-s reg-i-s es potes is fers
voca-t timé-t audi-t reg-i-t est potest it fert
voca-mus timé-mus audi-mus reg-i-mus sumus possumus imus ferimus
voca-tis timé-tis audi-tis reg-i-tis estis potestis itis fertis
voca-nt timé-nt audi-u-nt reg-u-nt sunt possunt eunt ferunt
Imperativus voca timé audi reg-e es - i fer
voca-te timé-te audi-te reg-i-te este - ite ferte
Infinitivus voca-re timé-re audi-re reg-e-re esse posse ire ferre


Imperfectum a-stam e-stam i-stam mk-stam esse posse ire ferre
Indicativus voca-ba-m timé-ba-m audi-e-ba-m reg-e-ba-m era-m pot-era-m i-ba-m fer-e-ba-m
voca-ba-s timé-ba-s audi-e-ba-s reg-e-ba-s era-s pot-era-s i-ba-s fer-e-ba-s
voca-ba-t timé-ba-t audi-e-ba-t reg-e-ba-t era-t pot-era-t i-ba-t fer-e-ba-t
voca-ba-mus timé-ba-mus audi-e-ba-mus reg-e-ba-mus era-mus pot-era-mus i-ba-mus fer-e-ba-mus
voca-ba-tis timé-ba-tis audi-e-ba-tis reg-e-ba-tis era-tis pot-era-tis i-ba-tis fer-e-ba-tis
voca-ba-nt timé-ba-nt audi-e-ba-nt reg-e-ba-nt era-nt pot-era-nt i-ba-nt fer-e-ba-nt

Zoals je ziet, hebben hier de onregelmatige werkwoorden wel een vaste stam. Bij stammen op een -i (audi-, i-) en stammen op een medeklinker (reg-, fer-) komt er een -e- bij. Het imperfectum van posse is hetzelfde als dat van esse, alleen dan met de stam pot- ervoor. In het imperfectum is er geen imperativus of infinitivus. Liep! of praatte! in het Nederlands klinkt toch ook niet?


De 3e naamval: de dativus=

bewerken

In de vorige 2 lessen hebben we het gehad over de nominativus (onderwerp) en de accusativus (lijdend voorwerp). In deze les zullen we het dus gaan hebben over de dativus (meewerkend voorwerp). Een voorbeeld van de dativus:


-Servus puero equum donat. (equus = paard, donare = geven)
De slaaf geeft (aan) de jongen een paard.


Dankzij de naamvallen in deze zin kun je zien wie wat aan wie geeft. De dativus kun je dus vertalen met aan/voor + 'zelfstandig naamwoord in de dativus'. Ons schema met de dativus erbij:

Groep 1 Groep 2
V M M O
nom. ev serv-a serv-us puer bell-um
dat. ev serv-ae serv-o puer-o bell-o
acc. ev serv-am serv-um puer-um bell-um
nom. mv serv-ae serv-i puer-i bell-a
dat. mv serv-is serv-is puer-is bell-is
acc. mv serv-as serv-os puer-os bell-a

Je merkt nu dat er verschillende uitgangen vaker in het schema voorkomen, bijvoorbeeld de dativus enkelvoud en de nominativus meervoud van serva. Je moet dan goed kijken naar de andere naamvallen en de context in de zin, om zo te bepalen welke je moet hebben. Ook zie je dat servis (dat. mv) zowel mannelijk als vrouwelijk kan zijn. Goed kijken in de context dus.

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.