Programmeren in TI-Basic/Variabelen

Om een programma te maken heb je vaak getallen of strings nodig die je kan opslaan. Anders heb je alleen maar een soort filmpje dat wordt afgespeeld en nooit anders is. Als je bijvoorbeeld een programmatje wilt maken dat een getal tot de derde macht verheft, het plus 10 doet en het dan weer tot de derde macht worteltrekt, dan heb je variablen nodig. Je hebt 3 soorten basisvariablen: getallen variablen (Reals) (A-Z & θ), strings (Str0 - Str9) en lijsten(ι1 - ι6 & custom lijsten).

We beginnen met reals. Om een getal in een variable te zetten gebruik je het → tekentje. Je kan het → tekentje krijgen door op STO> te drukken. De syntax om een getal in een variable te zetten is dit:

:getal→variable

Een voorbeeld:

:18→A

Dit slaat 18 op in A. Reals kunnen van -9,9999.1099 tot 9,9999.1099 gaan.

Strings

bewerken

Ook strings kan je opslaan op je rekenmachine. De syntax hiervoor is bijna hetzelfde als bij een real:

:"string"→Str#    (De letters 'string' worden opgeslagen in str#)

De strings staan onder: VARS:VARS:String.

Lijsten

bewerken

Reals en Strings worden door alle programmas gebruikt op de rekenmachine. Als je bijvoorbeeld een highscore opslaat in het ene programmatje in variable A, en een andere programma zet in variable A een waarde van -10, dan heb je plotseling een highscore van -10 in het ene programmatje staan. Om dit op te lossen heb je lijsten. Lijsten heb je in 2 soorten, de vaste rekenmachine lijsten (ι1 tot ι6) en de lijsten die je zelf een naam kan geven. In een lijst kunnen alleen reals worden gezet. Getallen in een lijst zetten is moeilijker dan getallen in een Real zetten. Om in de lijst te kunnen schrijven of lezen moet je hem eerst opstarten. Dit doe je zo: (De eerste ι in een lijstnaam is een speciale ι en niet de L op je toetsenbord. Je kan de speciale ι vinden in: LIST:OPS)

Allereerst moet je zorgen dat de lijst bestaat. Dit doe je met de optie SetUpEditor uit het STAT/EDIT-menu. Wanneer hier niets achter wordt gezet, worden de lijsten ι1 tot ι6 terug gezet. Met iets erachter wordt de custom-lijst aangemaakt.

:PROGRAM:TEST
:SetUpEditor
(hier zijn de lijsten ι1 t/m ι6 weer zichtbaar)
:SetUpEditor ιLijstA,ιLijstB
(LijstA en LijstB worden aangemaakt. Nu kun je ze gebruiken met de rest van je programma.)

Een andere manier is, om de lijst van een aantal regels te voorzien.

:aantal regels→dim(ιLijstnaam

Nadat je dit gedaan hebt kan je lezen en schrijven door een gedeelte van een lijst als een Real te zien:

:ιLijstnaam(plek

Lezen en schrijven kan dus bijvoorbeeld zo:

PROGRAM:TEST
:10→dim(ιTEST
:18→ιTEST(4
:ιTEST(2→A
:Disp ιTEST(4

Dit is niet de enige manier hoe je lijsten kan maken. Je kan ook de waardes op volgorde zetten zoals dit:

:{4,19,2,18}→ιTEST

Lijsten beginnen bij getal 1 en kunnen maximaal 999 getallen hebben. Je kan wel bijna een oneindig aantal lijsten hebben, dus dat is op zich geen probleem. Je kan alle MATH functies gewoon gebruiken op lijsten. De functie wordt dan op alle getallen uitgevoerd en je krijgt een nieuwe lijst die je dan weer kan opslaan. Als je bijvoorbeeld een lijst kwadradeert worden alle elementen in die lijst gekwadrateerd.

← Hello World! Programmeren in TI-Basic Output →
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.