Spinoza Ethica/Deel 4: verschil tussen versies

4.643 bytes toegevoegd ,  2 jaar geleden
# We mogen alles verwijderen wat we in de werkelijkheid slecht vinden oftewel alles wat ons belemmert in ons verstandig leven. Maar integendeel wat we goed of nuttig voor ons zelfbehoud en een verstandig leven achten, mogen we toepassen en gebruiken. En iedereen mag absoluut doen wat hij in zijn belang acht volgens het hoogste natuurrecht (Latijn: ''naturae jus'').
# Niets past beter bij de aard van iets anders, dan de andere individuen van dezelfde soort. Niets draagt meer bij tot het zelfbehoud dan iemand die zich door dhet verstand laat leiden. Het beste wat een mens kan doen, is ander zo op te voeden dat ze zich door eigen verstand laten leiden.
# <!--10-->Naarmate mensen zich met jaloezie of haat tegen elkaar gedragen, zijn ze elkaars tegenstanders en zijn ze dus meer te vrezen dan andere losse dingen (Latijn: ''individua'') van de natuur.<br><br>
# Maar liefde en edelmoedigheid en niet wapens veroveren de harten.
# Mensen zijn vooral gebaat bij samenleven en bij het streven naar eenheid en in het algemeen naar het onderhouden van vriendschap.
# Maar de meeste mensen zijn jaloers en wraakzuchtig, dus het vereist een sterk karakter om hun emoties niet na te doen. Wie anderen liever verwijten maakt dan ze iets goeds leert, is zichzelf en anderen tot last. Daarom leven velen uit onverdraagzaamheid of verkeerde godsdienstijver liever onder de dieren en gaan jongemannen in het leger onder een tyranniek bewind om aan vaderlijke vermaningen te ontsnappen.
# Hoewel de mensen meestal hun eigen zin willen doen, heeft de samenleving voor hen toch netto voordelen. Het is voor hen beter om onrecht te verdragen en te streven naar samenwerking (eendracht) en vriendschap.
# <!--15-->Eendracht komt voort uit alles wat rechtvaardig, eerlijk en fatsoenlijk is. De mensen kunnen niet tegen onrecht en ook niet tegen misstanden (schandalige zaken) zoals kritiek op de gangbare gebruiken van de samenleving (Latijn: ''civitas''). Voor wederzijdse liefde is moreel gedrag en plichtsbesef nodig (Latijn: ''religio et pietas'').
# Meestal komt eendracht uit vrees, maar daar kun je niet op bouwen. Want vrees en ook medelijden zijn niet verstandig.
# Verder kunnen we mensen voor ons winnen door vrijgevigheid, vooral de armen die niet in hun levensbehoeften kunnen voorzien. Maar een particulier mist de draagkracht om iedereen die dat nodig heeft te helpen. Ook is een enkel mens niet in staat om met iedereen bevriend te zijn. Daarom is de armenzorg een zaak voor de gehele maatschappij en van algemeen belang.
# Als we gunsten aannemen en dankbaar zijn, moeten we op andere dingen letten. Zie het commentaar bij deel 4 stelling 70 en 71.
# Sexuele liefde, dus geslachtsdrift, die berust op uiterlijke schoonheid en in het algemeen elke liefde die niet gebaseerd is op vrijheid van de ziel, kan makkelijk in haat omslaan, tenzij - dat is nog erger - die liefde een vorm van waanzin is, en meer door ruzie dan door samenwerking wordt aangewakkerd.
# <!--20-->Wat het huwelijk betreft: dit is zeker verstandig als het seksuele verlangen niet alleen door uiterlijk wordt opgewekt, maar ook door de behoefte om kinderen te krijgen en verstandig op te voeden. En verder als de liefde van man en vrouw niet alleen komt door het uiterlijk maar vooral door de vrijheid van de ziel.<br><br>
* 21# Verder geeft vleierij ook eendracht, maar alleen door slaafsheid of trouweloosheid. Niemand is gevoeliger voor gevlei dan verwaande mensen die ten onrechte de eersten willen zijn.
# In neerslachtigheid (zelfonderschatting?, Latijn: ''abiectio'') schuilt een valse soort plichtsbesef en godsdienstigheid (Latijn: ''pietas'', ''religio''). En hoewel zelfonderschatting het tegendeel is van trots, is wie zichzelf onderschat toch verwant aan wie trots is.
* 22
# Schaamt leidt tot eendracht, maar alleen in gevallen die niet verborgen kunnen worden. Omdat schaamte een soort verdriet is, heeft ze met het toepassen van het verstand niet te maken.
* 23
# De overige gevoelens van verdriet om mensen staan lijnrecht tegenover rechtvaardigheid, billijkheid, eerlijkheid, plichtsbesef en vroomheid. Hoewel de verontwaardiging billijk lijkt te zijn, wordt toch wetteloos geleefd waar iedereen de andermans daden mag beoordelen en zijn eigen of andermans recht mag verdedigen.
* 24
*# <!--25 -->Bescheidenheid (Latijn: ''Modestia''), dus het verlangen anderen een plezier te doen, is verstandig en hoort tot het plichtsbesef (Latijn: ''Pietas''). Maar komt ze uit een emotie voort, dan is zij eerzucht oftewel een verlangen waarmee de mensen onder het mom van plichtsbesef tweedracht zaaien en opstanden uitlokken. Want wie anderen met raad en daad wil helpen, zodat zij tegelijkertijd het hoogste goed genieten, wil vooral dat ze van hem houden, maar niet dat ze hem bewonderen om de leer naar hem te laten vernoemen (?, Latijn: ''ut disciplina ex ipso habeat vocabulum'') en wil geen aanleiding tot jaloezie geven.. In het gesprek zal hij ervoor oppassen om over de zwakheden van mensen te praten en hij zal ervoor zorgen maar spaarzaam het menselijk tekort (onmacht, Latijn: ''impotentia'') aan te roeren, maar hij zal uitweiden over de menselijke deugd of diens vermogen en hoe die te verbeteren zodat de mensen niet uit vrees of afkeer, maar alleen uit een gevoel van vreugde, naar het voorschrift van het verstand proberen te leven zoveel ze kunnen.
# Behalve de mensen kennen we niets in de natuur met een geest waarom we blij kunnen zijn en waarmee we vriendschap of omgang kunnen beginnen. Ons eigenbelang (Latijn: ''nostrae utilitatis ratio'') vereist niet dat we wat in de werkelijkheid buiten de mens voorkomt, in stand houden. Maar het leert ons om dat voor eigen gevarieerde gebruik te bewaren, te vernietigen of op een of andere manier voor ons gebruik geschikt te maken.
* 26
# Het nut dat dingen buiten ons voor ons hebben, is vooral voor het lijfsbehoud. Verder dienen ze voor ervaring en kennis, die we ontlenen aan datgene, wat we waarnemen en van vorm laten veranderen. Daarom is voeding vooral nuttig en alle lichaamsdelen hun werk goed laten doen. Want naarmate het lichaam gevoeliger is voor indrukken en uitwendige voorwerpen het op verschillende manieren kunnen beïnvloeden, kan de geest beter denken (zie deel 4 stellingen 38 en 39). Maar het schijnt dat zulke dingen (?, Latijn: ''huius notae perpauca'') in de natuur heel zeldzaam zijn, omdat om het lichaam te voeden veel voedingsmiddelen van uiteenlopende aard nodig zijn. Het menselijk lichaam is samengesteld uit verscheidene delen van diverse aard, die voortdurende en verschillende voeding vereisen, zodat het gehele lichaam voorr alles, wat uit zijn aard volgt, even aangepast is, en zodat ook de geest even geschikt is om van alles te begrijpen.
* 27
# Als de mensen niet samenwerkten, zouden de krachten van wie dan ook nauwelijks voldoende zijn om die middelen te verkrijgen. Geld is zodat het volk daar vooral aan denkt en zich bijna geen andere vreugde kan voorstellen, zonder aan sommen geld als oorzaak te denken.
* 28
# Maar dit is alleen maar een ondeugd van die mensen die niet uit behoefte of noodzaak streven naar geldstukken, maar zich toeleggen op de kunsten van het winst maken waar ze trots op zijn. Verder voeden ze het lichaam normaal maar spaarzaam, omdat ze het geldverspilling vinden. Maar wie het echte nut van geld kent en de rijkdom naar behoefte regelt, leeft tevreden met weinig.
* 29
# <!--30-->Omdat dus die dingen goed zijn, die delen van het lichaam helpen om hun functie vervullen en de vreugde daarin gelegen is, dat ze het vermogen van de mens naar geest en lichaam helpt en vermeerdert, zijn dus al die dingen die vreugde geven goed. Maar omdat aan de andere kant dingen optreden, die ons geluk niet dienen en hun vermogen tot handelen (?) niet op ons belang afgestemd is, en de vreugde meestal één deel van het lichaam het sterkst raakt, zijn gevoelens van vreugde dus meestal overdreven (tenzij verstand en voorzichtigheid helpen) en de verlangens die uit ze ontstaan. Daar komt bij dat we door een gevoel dat het belangrijkst vinden wat nu prettig is, en iets in de toekomst niet met hetzelfde gevoel kunnen waarderen. Zie de opmerkingen bij stelling 44 (hier) en deel 3 stelling 60.<br><br>
* 30<br><br>
# Maar het bijgeloof wil dat goed is wat verdriet brengt, en slecht wat blij maakt. Maar niemand wordt blij van mijn onmacht of pech, behalve uit jaloezie. Want we worden des te blijer, als we volmaakter worden, en daardoor dus meer deelnemen aan de "goddelijke" natuur. Blijdschap die ons eigenbelang met verstand regelt, kan nooit slecht zijn. Maar wie zich laat leiden door angst, en het goede doet om het kwaad te vermijden, wordt niet door het verstand geleid.
* 31
* 32# Maar de menselijke vermogens zijn beperkt en worden oneindig overtroffen door de macht van uitwendige oorzaken. We verdragen de omstandigheden in het besef onze plicht te hebben gedaan en deel te zijn van de gehele natuur, waarvan we de ordening volgen. Door dit heldere en onderscheiden (Latijn: ''clarè et distinctè'') inzicht legt onze beste deel (ons verstand) zich neer bij deze orde en streven we naar berusting. Want als we meer begrijpen, kunnen we alleen maar nastreven wat noodzakelijk is en alleen maar in de waarheid berusten.
<br>
<center><[[Spinoza Ethica]] - [[Spinoza Ethica/Deel 1|Deel 1 "God"]] - [[Spinoza Ethica/Deel 2|Deel 2 De menselijke geest]] - [[Spinoza Ethica/Deel 3|Deel 3 De gevoelens]] - [[Spinoza Ethica/Deel 4|Deel 4 De menselijke slavernij of de macht van de gevoelens]] - [[Spinoza Ethica/Deel 5|Deel 5 De macht van het verstand of de menselijke vrijheid]]></center>
2.532

bewerkingen

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.