Deens/Woordenlijst Deens-Nederlands

Hier staat de woordenlijst Deens-Nederlands. Hierin staan een heleboel basiswoorden, dit zijn de woorden die vaak gebruikt worden in het Deens en/of handig zijn om te weten. Sommige woorden hebben een twee vertalingen. Deze staan beide weergeven en worden gescheiden door middel van het woord of (in cursief). Van de werkwoorden staat alleen het infinitief weergeven, dus het hele werkwoord.

Na een zelfstandig naamwoord volgt steeds eerst het juiste geslacht (m = mannelijk, v = vrouwelijk, o = onzijdig) en daarna de regel voor de meervoudsvorming. Krijgt het meervoud een aparte uitgang (bijv. -n of -e), dan is deze uitgang steeds aangegeven. Een "+" betekent dat het woord in het meervoud een Umlaut krijgt.

Hiernaast bestaat er nog een Woordenlijst Nederlands-Deens.

Deens-Nederlands

bewerken
 
* 0-9 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Æ-AE Ø-OE Å-AA
 


afgang - vertrek
aften - avond
aftensmad - avondeten
alle - alles
alt - alles
ankomst - aankomst
atten - achttien

banegård - station
bank - bank
beklage - beklagen
beklage - verontschuldigen
besked - bericht, mededeling
billet -
blive - blijven
blive - worden
blå - blauw
bondegård - boerderij
brandvæsen - brandweer
brun - bruin
brød - brood
bus - bus

dag - dag (etmaal)
dame, frue - dame
de - zij (omschrijvend)
De - U, u (meervoud)
dem - zij, hun
Dem - U (dat bent U) den - die (voegwoord)
deres - hen, jullie (van hen, jullie)
Deres - Uw
det - dat (voegwoord)
drik - drankje
du - je, jij
dårlig - slecht
dårlig - onwel (toestand)

efterret - nagerecht, dessert
ej - niet
elleve - elf
en - een
et - een

fire - vier
fem - vijf
femten - vijftien
firs - tachtig
fjorten - veertien
for - voor
forkert - onjuist, verkeerd
frue - dame, vrouw
frokost - ontbijt, lunch
frugt - fruit
frygt - angst, vrees
fyrre - veertig
færge - veerboot
før - vóór
få - weinig

gerne - graag
god - goed (die is goed)
godt - goed (dat is goed)
goddag (go'dag) - goedendag (g'dag)
grøn - groen
grønsager - groente
grå - grijs
gud - god
gul - geel

halvandet - anderhalf
halvfems - negentig
halvfjerds - zeventig
halvtreds - vijftig
han - hij
hans - zijn (bezittelijk)
har - hebben
have - hebben
have - zee
havn - haven
hedde - heten
hej - hoi
hest - paard
hjemmearbejde - huiswerk
her - hier
herberg - hostel hotel - hotel
hundrede - honderd
hus - huis
hvid - wit
hvem - wie
hvor - waar
hvorfor - waarom
hvorhen - waarheen
hvornår - wanneer
hun - zij (enkelvoud)
høj - hoog
højhus - flat, etagewoning

I - jullie (onderwerpsvorm)
I - jullie (voorwerpsvorm)
information - informatie
informeret - geïnformeerd
ingen - geen
intet - niets
is - ijs

ja - ja
jeg - ik
jo da - jawel

kaffe - koffie
karakter - (rapport) - cijfer
kartofler - aardappelen
kirke - kerk
kold - koud
kontonummer - rekeningnummer
kunde - klant
kundebetjening - klantendienst

lege - spelen
leje - huren
lejlighed - apartement, huurwoning
lidt - weinig
lille - klein
lille smule - beetje
lufthavn - luchthaven, vliegveld
lukket - gesloten, dicht, ongeopend
lukket op - ontsloten, geopend, open

mad - eten, maaltijd
mand/mænd - man/mannen
mange - veel, vele
mangetak - dankjewel
meddelelse - mededeling
megen - veel
meget - veel
metro - metro
middag - middag
middagsmad - lunch
midnat - middernacht
morgen - morgen
moster, tante - tante
måned - maand
måne - maan

nabo - buurman/vrouw
nat - nacht
nej - nee
ni - negen
nitten - negentien
nord - noord
nysgerrig - nieuwsgierig
nysgerrigper - nieuwsgierig Aagje

område - omgeving
onkel - oom
otte - acht

parkerplads - parkeerplaats
pas - paspoort
politi - politie
postkontor - postkantoor
på - op
på forehånd - bij voorbaat

regne - rekenen
regning - rekening
reservering - reservatie
rigtig - juist, goed
ringe - weinig (weinig waarde)
ringe - slecht (slechte toestand)
rød - rood
råbe - roepen, schreeuwen

saft - sap
salat - salade
seks - zes
seksten - zestien
sol - zon
sort - zwart
station - station
stor - groot
syd - zuid
sytten - zeventien
syv - zeven
synge - zingen

tag - dak
tage - nemen
tak - bedankt
tal - cijfer, getal
talmådighed - geduld
te - thee
ti - tien
to - twee
to - teen
tog - trein
tolv - twaalf
tre - drie
tredive - dertig
tres - zestig
træ - boom
træt - moe
tretten - dertien
tusind - duizend
tusind tak - duizend maal dank, bedankt
tyv - dief
tyve - twintig
tæer - tenen
tø, tøvær - dooi
tåg - mist

undskyld - pardon, sorry

Vadehavet - de Waddenzee
vand - water
var - was (ovt van at være)
varm - warm, heet
vasketøj - de was
ved - bij, aan de, nabij
vegetar - vegetariër
vegetarisk - vegetarisch
vente - wachten
venteværelse - wachtkamer
vest - west
vi - wij
vi ses - dag (begroeting), tot ziens
vide - weten
videnskab - wetenschap vidne - getuige
vil - willen
vin - wijn
vores - ons, onze
vær så god - alsjeblieft/alstublieft
være så venligt - wees zo vriendlijk/alsjeblieft/alstublieft
værelse - kamer
værsgo - alsjeblieft/alstublieft

yoghurt - yoghurt

æble - appel
ære - eer
ærede - geachte

ø - eiland øl - bier
øst - oost

åben, åbnet - open, geopend

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.