Wijn maken is een techniek van omzetting van natuurlijke suikers naar alcohol. Druiven worden het meest hiervoor gebruikt, maar ook andere vruchten kunnen voor dit doeleinde dienen, zoals: appels (cider), peren, vlierbessen, pruimen, bramen, aalbessen en zelfs cranberries.

Wijn van druiven

bewerken

Voor het maken van wijn van druiven is er het volgende recept.

  1. Pluk en verzamel de druiven in een ton of een andere opslageenheid
  2. Maak van de druiven pulp door met de voeten erop te lopen (klompen helpen ook) of met een andijviestamper.
  3. Voeg suiker en gist toe.
  4. Bedek de ton of opslageenheid met een doek/kaasdoek en zet deze met wasknijpers vast.
  5. Laat de fijn gestampte druiven een dag of 4 staan om rosé te maken, een week voor rode wijn (afhankelijk van het druivensoort) en voor witte wijn verwijder de schillen zodat alleen het vocht overblijft.
  6. Afhankelijk wat voor wijn je wilt maken, roer elke dag door de ton heen en zorg dat de druivenpulp die nu bovenop het sap ligt weer onderaan ligt.
  7. Pers de druiven na een aantal dagen (4 voor rosé, 7 dagen voor rode wijn) uit en doe ze in een gistingsfles. Dit kan een dure gistingsfles zijn (Damme Jeanne) van 5 of 10 liter, maar het kan ook een colafles zijn.
  8. Doe een rubberen kapje op de gistingsfles met een waterslot. Als een rubberen kapje ontbreekt, boor dan een kurk door met boormachine tot aan het einde en doe hierin een waterslot. Bij het ontbreken van een waterslot haal ergens een slangetje vandaan en stop deze in een lager gelegen lege wijnfles en vul deze met water. Als er koolzuur vrijkomt dan komt dat in de wijnfles terecht en geen direct contact met de lucht.
  9. Laat dit zo een maand of twee staan en hevel de inhoud over naar een andere fles. Je weet dat je kunt overhevelen wanneer er een hoop dode gistcellen onderaan ligt.
  10. Na twee maanden weer overhevelen, totdat de wijn helder begint te worden.
  11. Als de wijn helder is, drink hem dan op of om een betere smaak te krijgen, bottel hem in wijnflessen.
  12. Bewaar de wijnflessen in een donkere en koele ruimte.
  13. Afhankelijk van de soort druif en het soort wijn, drink hem na acht maanden.

Wijn van fruit

bewerken

Om wijn te maken van andere soorten fruit hierbij een basisrecept. Aangezien de vruchten soms een tekort hebben aan suiker of zuren, dienen deze te worden aangevuld en daarbij zijn dan ook verschillende handelingen mogelijk. Voor vlierbloesenwijn zijn er zelfs helemaal geen zuren of natuurlijke suikers aanwezig.

  1. Pluk de vruchten en maak er sap van. Dit kan met sapcentrifuge of met een blender
  2. Doe dit sap in een ton rm voeg toe: suiker, zuren (citroenzuur), gist en gistvoeding
  3. Maak dit vast met een theedoek of een kaasdoek met knijpers
  4. Roer elke dag in dit sap
  5. Na een paar dagen (afhankelijk welk fruit) begint het al alcolholisch te ruiken doe dit in een gistingsfles of cola fles
  6. Doe een rubber kapje op de gistingsfles en doe er ook een waterslot erop
  7. Na een week of twee zullen er een hoop dode gistcellen te zien zijn. Hevel het over naar een andere fles.
  8. Doe dit nu elke twee maanden.
  9. Als het helder is, bottelen of opdrinken.
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.