Overleg:Latijn/Naamwoorden: verschil tussen versies

18 bytes toegevoegd ,  14 jaar geleden
==naamvallen==
 
incompleet..
 
==De nominativus (nom.)==
De nominativus geeft het onderwerp van een werkwoord aan.
(onderwerpsvorm) (nominare = benoemen)
Aemilia magistra est. 1. Aemilia is een lerares.
 
==De genitivus (gen.)==
De genitivus wordt gebruikt op een zinsdeel dat hetgeen in een ander
zinsdeel wordt uitgedrukt in bezit heeft. De genitivus staat meestal
Vox servi est. 1. De stem is van de slaaf.
 
==De dativus (dat.)==
De dativus geeft het indirecte object weer. Het indirect object is de
zaak in een zin waarop de door het werkwoord uitgevoerde handeling níet
2. Marcus geeft de slaaf hulp.
 
==De accusativus (acc.)==
De accusativus staat in een zin meestal tussen de nominativus en het
gezegde (werkwoord). Als het subject de ‘bezitter’is van het object kun
2. Vader ziet zijn nieuwe slaven.
 
==De ablativus (abl.)==
Een bijwoordelijke bepaling in de ablativus geeft meestal aan
waar, wanneer, hoe, met wie / wat, zonder wie / wat of vanwaar, door wie waardoor, waarmee. (De laatste drie vaak voorafgaand met a of ab)
Anonieme gebruiker
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.