Gedichten uit de wereldliteratuur/Egidiuslied

Het Egidiuslied is een seculier lied uit het Gruuthuse-handschrift, dat dateert van omstreeks 1400. Niemand weet wie dit rondeel heeft gedicht of wie Egidius was. Noch voor de tekst, noch voor de muziek die in het verzamelhandschrift werd opgenomen is ooit een bron gevonden. Mogelijke parallellen zijn te vinden in het Acta Sanctorum.[1] In dit werk over katholieke heiligenverering wordt de heilige Bacchus doodgemarteld, waarna Sergius zich in de Klacht om Bacchus beklaagt om het verlies van zijn gezel, zijn geestelijke broeder. Feit is dat het Egidiuslied nu wordt beschouwd als een van van de meest persoonlijke stukken Middelnederlandse wereldlijke lyriek.

Gedichten uit de wereldliteratuur
Het Gruuthuuse-handschrift, met rechtsonder het Egidiuslied.



Egidiuslied (ca. 1400, anoniem/Jan Moritoen?)
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Dat was gheselscap goet ende fijn.
Het sceen teen moeste ghestorven sijn.
Nu bestu in den troon verheven
Claerre dan der zonnen scijn.
Alle vruecht es di ghegheven.
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Nu bidt vor mi, ic moet noch sneven
Ende in de weerelt liden pijn.
Verware mijn stede di beneven.
Ic moet noch zinghen een liedekijn.
Nochtan moet emmer ghestorven sijn.
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Dat was gheselscap goet ende fijn.
Het sceen teen moeste ghestorven sijn.[2]


Vertaling (door wikibookauteurs)
Egidius, waar ben je gebleven?
Ik verlang naar je, mijn kameraad.
Jij verkoos de dood en liet mij het leven.
Dat was gezelschap, goed en fijn.
Het leek alsof we samen zouden sterven.
Nu ben jij in de hemeltroon verheven
Stralender dan zonneschijn.
Alle vreugde is jou gegeven.
Egidius, waar ben je gebleven?
Ik verlang naar je, mijn kameraad.
Jij verkoos de dood en liet mij het leven.
Bid nu voor mij, ik moet nog heengaan
En lijden in deze wereld.
Bewaar mijn plaats naast jou.
Ik moet mijn lied nog zingen.
Nochtans moet iedereen ooit sterven.
Egidius, waar ben je gebleven?
Ik verlang naar je, mijn kameraad.
Jij verkoos de dood en liet mij het leven.
Dat was gezelschap, goed en fijn.
Het leek alsof we samen zouden sterven.




bewerken
  1. Bron: Gertjan Postma: Een Latijnse liturgische bron voor het Egidiuslied (op dbnl)
  2. De betekenis hiervan is niet helemaal duidelijk. Ofwel wordt het vertaald in zoiets als "Een van ons beiden moest blijkbaar sterven", of als "Het leek alsof we samen zouden sterven". Gerrit Komrij (1994) maakte er dan weer "Het leek wel of er niet gestorven hoefde te worden’ van.
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.