Fries/Voornaamwoorden

VoornaamwoordenBewerken

Hier vindt u een overzicht van voornaamwoorden in het Fries.


voornaamwoorden persoonlijk enkelvoud nominatief 1e persoon ik
2e persoon do, [hoffelijk:] jo
mannelijk 3e persoon hy, [enclitisch:] er, dy
vrouwelijk 3e persoon se
acc./datief 1e persoon my
2e persoon dy
mannelijk 3e persoon him
persoonlijk meervoud nominatief 1e persoon wy
acc./datief 1e persoon ús
alle naamvallen 2e persoon jim
nominatief 3e persoon se
onbepaald it, men, ien, wat, sels, elk, alles
meervoud sokken
bezittelijk enkelvoud 1e persoon myn
2e persoon dyn
mannelijk 3e persoon syn, [nominaal gebruik:] sines; jins
vrouwelijk 3e persoon har
meervoud 1e persoon ús, [nominaal gebruik:] uzes
2e persoon jim
3e persoon har
wederkerig 2e persoon jo, dy
3e persoon jin
distributief
aanwijzend de-woorden sa'n, dy
het-woorden dat, dit, soks
meervoud sokke, dy, it, dizze
vragend hoe, wat, hokker, hoe, wannear, wêr, wa
betrekkelijk wêr't, dêr't, dy't, wat
  Fries grammatica

Lidwoorden  Zelfstandige naamwoorden  bijvoeglijke naamwoorden  voornaamwoorden  telwoorden, bijwoorden, voorzetsels, voegwoorden, tussenwerpsels  werkwoorden  klinkers  

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.