Manifest van de angst/Inleiding

Het manifest van de angst is een publicatie van Stefaan Pleysier en Benedict Wydooghe met als ondertitel Spoken van geweld, veiligheid & risico, controle en technologie?! De auteurs schreven het naar aanleiding van de vijfde verjaardag van de opleiding tot Bachelor in de Maatschappelijke Veiligheid aan de sociale school Ipsoc in Kortrijk. De tekst werd voor het eerst gepubliceerd in mei 2010 en tien jaar later herwerkt in 2019, naar aanleiding van de vijftiende verjaardag van de opleiding. Vanaf 2019 wordt de tekst als cursus gebruikt bij het vak 'Evoluties in het veiligheidsdenken'.

Een buitensporige kapitalistische honger veroorzaakt de globaliserende crisis en houdt haar veroorzakers subtiel buiten schot. Die crisis treft armen, of zij nu in het Noorden of het Zuiden wonen. Katrina toverde New Orleans om tot Saramago’s stad der blinden. De National Guard was nodig om de massa in te tomen. Zo’n ordemacht van 65.000 man is er niet in Afrika, en maakt het verband tussen armoede en geweld prominenter. Op 5 september 1909 loopt het Duitse schip, de Eduard Bohlen in een dikke mist vast op een zandbank voor de Namibische kust. De wereldkaarten van toen kleuren het gebied in als Duits Zuid West-Afrika. Tegenwoordig fotograferen toeristen het scheepsgeraamte als een attractie. Het ligt intussen niet langer voor de kust, maar in de woestijn. De klimaatcrisis deed zijn werk. Wat je weinig leest is hoe de inheemse bevolking zich in 1909 tegen de schipbreukelingen verzette en hoe generaal Lothar von Trotha er met een genocide op reageerde. Von Trothar liet de bevolking sterven van dorst, organiseerde concentratiekampen en een slavenverkoop. Harald Welzer ziet in dit verhaal de blauwdruk voor de toekomst. Het scheepswrak symboliseert dat de klimaatsverandering behalve een milieuprobleem een zaak is van rechtvaardigheid.

© 2010, IPSOC, Katholieke Hogeschool Zuid-West Vlaanderen, Expertisecentra E-Cultuur & Nieuwe Geletterdheid en Maatschappelijke Veiligheid - ISBN 9789081561006 © 2019, VIVES, Departement Sociaal Agogisch Werk - ISBN 9789081561006

Inleiding

bewerken
Manifest (o.; -en) [<Fr. manifeste], 1 openbare bekendmaking
van een partij, een politiek persoon enz. Tot verklaring of
verdediging van haar of zijn handelingen en opvattingen:
een manifest uitvaardigen; het Communistisch Manifest (1848, met
de slotwoorden: ‘proletariërs aller landen, verenigt u’).[1]
 
A fisherman mural by Regents Canal, Camden, Londen door Banksy.
 
« It seemed the world was divided into good and bad people. The good ones slept better... while the bad ones seemed to enjoy the waking hours much more. »

Negen stellingen om te beginnen

bewerken
  1. Spoken dwalen door het Westerse avondland. 1. Het spook van het geweld (Achterhuis). 2. Het spook van het risico (Beck). 3. Het spook van de onveiligheid (Garland) 4. Het spook van de controle (Deleuze), 5. Het spook van de technologie (Castells), 6. het spook van de voorzorg (Pieterman).
  2. Als je spoken kan beheersen als tongen, is elke regeerder veilig.
  3. Wat doen we tegen spoken? Tot voor kort volstond een andere krant. Die negatie is tegenwoordig onmogelijk.
  4. Sommigen maken zich drukker over spoken dan anderen. We noemen hen spokenjagers. Kapstoksamenlevingen jagen op spoken. Het heeft geen zin om spoken te verjagen, ze zijn eigen aan het schemerduister. Spoken herkennen en erkennen als a fact of life is de enige realistische strategie. Leer leven in onzekerheid.
  5. Spoken zijn het modewoord van het laatste decennium van de twintigste eeuw en het eerste decennium van de eenentwinitigste eeuw.
  6. Phantom risks -spookrisico's- zijn risico's waarvan het niet duidelijk is hoe vaak ze opduiken en wat hun impact is.
  7. Voorzorg (onzekere schade in een verre toekomst) is preventie (calculeerbare risico's op korte termijn) in het kwadraat.
  8. Angst voor spoken en morele overpeinzingen zijn geduchte raadgevers, in tegenstelling tot betrouwbare informatie.
  9. De laatmoderne risicomaatschappij beseft dat de moderne orde- en welzijnsproductie faalt. Het spookdiscours vertaalt welzijn in veiligheid.

Bang? Wie? Ikke?

bewerken
 
Een foto die weinig uitleg nodig heeft. Of misschien wel heel erg veel.

KORTRIJK Zomer 2004, de nadagen van nine eleven. Een pril korps docenten treft de laatste voorbereidingen om met een nieuwe opleiding in het sociaal agogisch werk te starten. De naam van de opleiding? Bachelor in de Maatschappelijke veiligheid. Net in die vakantiemaand publiceert Knack een artikel die de atmosfeer van die dagen schetst. Lees even mee.

« Acht uur ’s avonds. In uiterste concentratie fietsen twee kleuters rond het binnenplein. Helm veilig op het hoofd, ogen op de volgende bocht gericht. Het hek zwaait open, een auto rijdt traag binnen. Het hek sluit automatisch en de meisjes zetten hun koers verder. Op de hoofdweg staat een paar verdwaalde toeristen hen aan te gapen. In hun blik één vraag: wát is dit? Een commune? Een reservaat? Een schuilplaats voor bange blanken? Als de bewoners de onbekenden zien, vragen ze zich af: ‘wie zijn dit?’ ‘Ken ik hen?’ ‘Wat zoeken ze hier?’ Niet dat ze zichzelf achterdochtig vinden… »
(Knack, 28 juli 2004.)

We bevinden ons op een woonerf dat verdacht goed lijkt op een Amerikaanse gated community, met een onberispelijk gazon, keurige en passende voorgevels, een schoongeveegde stoep en een kasteelpoort die de entree vergrendelt. Het beeld is veelzeggend en spreekt niet meer tot de fantasie.

 
Pieter Paul Rubens schildert omstreeks 1611 Juno die de ogen van Argus in de staart van de pauw plaatst. Argus Panoptes was een reus uit de Griekse mythologie met over zijn lichaam honderd ogen waarvan er nooit meer dan twee tegelijk sliepen. Het Griekse 'pan' betekent 'alles' en 'optes' is 'ziend'. Toen Zeus zijn oog op Io liet vallen, veranderde hij haar in een koe zodat zijn vrouw Hera niets zou merken. Hera vertrouwde het niet en gaf Argus de opdracht Io "in het oog" te houden. Hermes doodde Argus (in opdracht van Zeus, om Io te bevrijden) nadat Hermes hem met zijn fluit liet inslapen. Hera plaatste later als eerbetoon zijn honderd ogen op de staart van het haar toegewijde dier en van wie de waakzaamheid spreekwoordelijk is. De uitdrukking "met argusogen" wil zeggen waakzaam en met wantrouwen.
 
Hans Achterhuis maakt korte metten met monocausale geweldsverklaringen. Wie één bron van alle geweld aanwijst, is uiterst gewelddadig. Die meent immers de bron van alle kwaad te ontdekken en verschaft zich zo het morele recht het uit te roeien. Geweld uitschakelen is een illusie. Zelfinzicht en instituties helpen het beheersen. Achterhuis ziet zes geweldsverklaringen: 1. Geweld dat voortspruit uit onze dierlijke natuur; 2. Geweld om iets te krijgen: de schaarste en de ander als obstakel; 3. Het mimetisch geweld van René Girard verklaart geweld vanuit de nabootsing. 4. Het zogenaamde ‘zinloos geweld’ in de strijd om erkenning; 5. Groepsgeweld: het wij-zij denken leidt tot oorlogen; 6. Het demoniseren van en de wil tot uitroeien van vijanden als resultaat van de spanning tussen moraal en politiek.

In de toekomst zullen historici schrijven dat de mens rond de millenniumwissel in de ban is van veiligheid, criminaliteit en terrorisme. De obsessie is zo groot dat er sprake is van een nieuw paradigma, stellen Hans Achterhuis en Hans Boutelier. Tot 1989 staat de veiligheidszorg in het teken van de supranationale koude oorlogsretoriek. Na de sloop van de Berlijnse muur stapelt de nationale en internationale conflictstof zich op en verschuift het veiligheidsthema van een exclusieve overheidstaak naar een gedeelde verantwoordelijkheid van private en publieke partners, van overheden en mensen. Niettemin leidt deze ‘governance’ vaak tot een ‘governance-trough-fear’, een angstpolitiek jagend op zelf gecreëerde spoken. Objectief gezien is er in deze periode geen daling van de veiligheid vast te stellen. In de beleving wel. En dat heeft reële consequenties. Om het Thomas-theorema te vermijden, blijft het sociaal agogisch werk angstig stil.

Sociaal werkers en sociale academies zien de opmars van het Vlaams Blok met lede ogen tegemoet en verbinden veiligheid met rechtse retoriek. Na zwarte zondag in november 1991 kleuren socialistische steden en gemeenten niet langer rood, maar zwart en heroriënteert de overheid in Vlaanderen haar beleid.[2] De veiligheids- en samenlevingscontracten met steden en gemeenten in 1992, de politiehervorming in 1998 en de paarse initiatieven sinds 1999 genereren veiligheidsberoepen die het welzijnswerk met argusogen bekijkt. Eigenaardig genoeg, want historisch gezien vindt het sociaal agogisch werk haar legitimering in de angst voor de onveiligheid.[3]

Sinds de komst van de verzorgingsstaat bleven de wortels van het welzijnswerk buiten het eigen blikveld. Althans, toch tot begin jaren tachtig, tot Hans Achterhuis de knuppel in het welzijnshoenderhok gooit, door te stellen dat de professionalisering van de hulpverlening zich baseert op kapitalistische principes: op de markt van welzijn en geluk wordt niet alleen flink geld verdiend, maar scheppen de verkopers op deze markt steeds nieuwe behoeften.[4]

 
De inbedding van de opleiding maatschappelijke veiligheid in het sociaal-agogisch werk heeft vier doelen die een focale oplossing vermijden. Focale oplossingen richten zich op één probleem (focus) zonder rekening te houden met hun domino-effect. 1. Het buffert de te voortvarende neo-liberale veiligheidsrethoriek ten voordele van een sociaal-agogische kijk op veiligheidsproblemen. 2. Studenten die vandaag de sociaal-agogische opleidingen volgen, werken morgen op het terrein als partner samen aan dezelfde case. 3. De opleiding koppelt het thema los van een uitsluitend technische en vaak reactieve tot repressieve invalshoek en nestelt het zich (terug) in een bredere benadering. 4. De opleiding voorkomt een polarisering van welzijn en veiligheid, van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid. Het zoeken naar antwoorden op veiligheidsproblemen vertrekt vanuit een welzijnsbevorderende optiek. De oplossingen hebben het welzijn en de leefbaarheid van alle betrokkenen voor ogen.

Een verjaardagsfeestje

bewerken

De opleiding Bachelor in de Maatschappelijke Veiligheid en het gelijknamige Expertisecentrum vierden in september 2009 hun eerste lustrum. Samen komen ze op een leeftijd die tot zelfreflectie en toekomstvisie noopt. Daarom trakteren zij zichzelf en iedereen die erbij wil zijn op een manifest dat het traditionele of clichématige veiligheidsdenken openbreekt. Uiteraard is de titel Het manifest van de angst provocerend sloganesk en de inhoud opschepperig medioker. Het manifest is door zijn gelaagdheid speels en licht, zet aan tot discussie en provocatie en is daarom hét instrument om debat te openen, veeleer dan het toe te dekken. Het is de antipode van het serieuze en ontoegankelijke, het zware en conventionele veiligheidsdiscours, wars van alle intellectualisme. Dat zal duidelijk zijn. De geschiedenisles of de idee dat er uit het verleden te leren valt, camoufleert de chaos, de wanorde en de onregelmatigheden die de geschiedenis zelf kenmerken. Het onderwijs verandert geschiedenis in een eindeloze ketting met feiten als edelstenen, die zoals Walter Benjamin cynisch opmerkt, zich laat lezen als een paternoster en de schrik voor het heden bezweert.[5] Het manifest heeft oog voor evolutie, het multidisciplinaire, het vergelijkende en hoedt zich voor het onveranderlijke en de oogkleppen. Dit manifest - dat dient als geschiedeniscursus in de opleiding Bachelor in de maatschappelijke veiligheid - is het resultaat van tien jaar historisch, sociologisch en criminologisch denken over veiligheid en onveiligheid. Het document leidt hier op Wikibooks een digitaal leven met als voordeel de hypermogelijkheid. Links navigeren de student of de lezer naar extra uitleg over begrippen, definities, jaartallen en personages. Net zoals de geschiedenis van de mensheid komt het manifest traag op gang. We nemen uitgebreid de tijd om de dingen in al hun prilheid uit te leggen. De lezer weze gewaarschuwd. Wie het manifest in één ruk leest merkt dat het tempo steeds sneller en strakker wordt. Wie de tekst op het einde even gemoedelijk leest als in het begin, raakt het Noorden kwijt. En dat is precies wat tegenwoordig gebeurt.

 
Thomas Hobbes 5 april 1588 – Derbyshire, 4 december 1679, was een Engels filosoof ten tijde van de Engelse burgeroorlog.
EVOLUÏTIEF

Geen gevoel kan zo veel verschijningsvormen aannemen als angst. Angst vermomt zich in individuele of collectieve pijn, stoornissen, beperkingen of vermijdingsgedrag.[6] Angst is zo oud als de mens. ‘Fear and I were twins’ schrijft Hobbes die niet houdt van alleen slapen. Hij wijt zijn alomtegenwoordige angst aan zijn moeders barensweeën die beginnen als de Spaanse Armada de Engelse kust nadert. We schrijven 5 april 1588. Veiligheid - of het ontbreken van gevaar (oorlog, ziekte, criminaliteit, verkeer...) - is aan verandering onderhevig. Inhoudelijk toont het manifest eerst en vooral dat veiligheid geen statisch maar een evoluerend of dynamisch gegeven is. Wat wordt nu als (on)veilig beschouwd? Wie houdt zich bezig met veiligheid en wie definieert het begrip…? De vragen krijgen in de loop der tijd andere en vaak ideologische antwoorden. Wat gisteren veilig was, is het vandaag niet. In een veranderende samenleving valt het op dat oude recepten niet meer voldoen en dat de huidige oplossingen morgen niet meer gelden. Het helder analyseren van het al dan niet vermeende veiligheidsprobleem is cruciaal voor een bachelor in de maatschappelijke veiligheid.

MULTIDISCIPLINAIR

Ten tweede maakt het manifest duidelijk dat veiligheid geen geïsoleerd begrip is. Veiligheid staat in wisselwerking met het sociale, het economische, het politieke en het culturele. Vandaar een poging om maatschappelijke veiligheid als relationeel begrip bekijken.

  1. Criminologen tonen interesse voor de geschiedenis van de criminaliteit, politiegeschiedenis, de strafrechtspleging en de instellingen voor bejegening en controle van delinquenten.
  2. Politiek gezien is veiligheid een heet thema.
  3. Sociaal gezien heeft welzijn altijd met veiligheid te maken.
  4. Verder is veiligheid een culturele constructie en een economische realiteit.
  5. Tenslotte krijgt veiligheid doorheen de tijd andere benamingen, andere vlaggen dekken de lading.
COMPARATIEF

Ten derde toont het manifest dat (on)veiligheid zich op verschillende niveau’s manifesteert. Het microniveau is dat van de individuen, op het mezoniveau zijn er de kleine sociologische eenheden zoals het gezin, de school, de werkvloer of de derde plek zoals de jeugdbeweging of de sportclub. Op het macroniveau zijn er soevereine staten met hun externe en interne veiligheidvraagstukken. Tussen deze niveau’ s en binnen deze niveau’s kunnen belangenconflicten heersen.

  • Kleine sociologische eenheden beschermen zich tegen zichzelf: (veiligheid op de werkvloer), tegen andere eenheden (bedrijfsspionage) en tegen individuen (diefstal).
 
De vriendschap tussen de linkse intellectuelen en het primitieve proletariaat duurde tot de onmondige arbeiders in de verpauperde volksbuurten verdwenen. Voor de socialist is de geëmancipeerde arbeider een monster van Frankenstein dat zich tegen zijn maker keerde toen het op eigen benen stond. "Van de weeromstuit ging links zich ontfermen over een nieuwe en schrijnender groep nooddruftigen: de migranten. En dat bezegelde pas goed de boedelscheiding tussen de progressieve elite en het inheemse proletariaat. Dat een nieuwe generatie socialisten de autochtone arbeider vervolgens ook nog eens racisme verweet omdat hij het aandurfde kanttekeningen te plaatsen bij het multiculturele ideaal, zorgde voor een ware leegloop. De rode steden en gemeenten van Vlaanderen kleurden vanaf de jaren negentig zwart." David Van Reybrouck. Pleidooi voor populisme, Querido, Amsterdam, 2008.

Het manifest is als volgt opgebouwd. Onderaan elk hoofdstuk krijg je de mogelijkheid om naar het volgende deel te navigeren of om naar het vorige terug te keren.

  • Inleiding

Voetnoten

bewerken
  1. Beroemde manifesten zijn: Het Communistisch Manifest, De Groninger Raarekiek, het Het Futuristisch Manifest de Oratio de hominis dignitate, het Oostendemanifest, Het Surrealistisch Manifest, Les Nabis, The Art of Noise, Dogma 95, Reconte de ma fuite des plombes de Venise, het Pleidooi voor populisme...
  2. Zie bijvoorbeeld Pleidooi voor populisme, een pamflet van de cultuurhistoricus en archeoloog David Van Reybrouck.
  3. GELDOF D. Welzijn in dienst van veiligheid. In: Alert, jg. 32, 2006, nr. 1.
  4. ACHTERHUIS HANS. De markt van welzijn en geluk. Een kritiek van de andragogie, Ambo, Baarn, 1982.
  5. JANSSENS D. Uitgesteld Tegenwoordige Tijd: De theorie van de documentaire in historisch en filosofisch perspectief. In: MATHIJS E. & HESSELS W. (Eds.). Waarheid en werkelijkheid. Feitelijke, fictionele en artistieke representaties van de realiteit. VUBPress, Brussel, 2007, p. 121.
  6. SCHMIDBAUER W. Het angstenboek. Thot, Bussum, 2008, p. 9.
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.