Heraclitus over de natuur/De mensen en de dieren; de landbouw

Hendrik ter Brugghen - Heraclitus.jpg
Heraclitus over de natuur

In de kosmische staatsordening heeft alles zijn eigen behoefte. Zo hebben dieren andere behoeften dan mensen. De landbouw is van belang, omdat daardoor voeding wordt geproduceerd voor mensen en dieren. De landbouwer behoort daarvoor echter alles in goede banen te leiden. Heraclitus analyseert de werken die horen bij het boerenbedrijf. Zo maakt de landbouwer gebruik van mest om de grond te voeden. Uitwerpselen van dieren zijn dus, opmerkelijk genoeg, waardevoller dan de lijken van respectabele mensen. De uitspraak hierover wekte in Heraclitus’ tijd grote verontwaardiging (143). Er wordt verder grote aandacht besteed aan het gedrag van dieren die onder andere van nut zijn in het boerenbedrijf. Zo constateert Heraclitus dat honden vooral tegen onbekenden blaffen (144). Dieren hebben andere behoeften dan mensen en voor hen is dat waardevol wat voor mensen waardeloos is (145 – 148). Er is dus sprake van relatieve waarden. De fragmenten hierover getuigen van een groot observatievermogen. De landbouwer behoort verder nog met zweepslagen de dieren naar de weide te drijven om het boerenbedrijf, dat tot doel heeft voeding voor mensen en dieren voort te brengen, in stand te houden (149). Om het boerenbedrijf in goede banen te leiden is het nodig dit alles te weten.

Fragmenten hieroverBewerken

143. Want lijken zijn eerder weg te werpen dan mest.

144. Want honden blaffen ook bij wat zij niet zouden kennen.

145. Ezels zouden eerder strooisel nemen dan goud.

146. Zwijnen beleven eerder genoegen in modder dan in zuiver water.

146a. … welbehagen vinden in modder.

147. Kippen baden in een omheinde plaats in stof.

148. Runderen vermaken zich (eerder) met erwten (dan met honing).

149. Want al wat rondloopt wordt met slaag geweid.


Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.