Heraclitus over de natuur/Het universele en het particuliere

Voor hen die alleen aan hun eigen meningen vasthouden is er slechts een kleine en particuliere wereld die betekenisloos is en niet overeen stemt met de ene, grote wereldordening die allen en alles met elkaar verbindt. Alleen de grote wereldordening is van gewicht. Immers, deze wordt met besluitvaardigheid geleid (fg. 5). Maar het is een kenmerk van de slapenden en onoplettenden, dat zij afgescheiden zijn van de grote wereldordening, zodat deze hen ontgaat. En nagenoeg alle mensen zijn onoplettend. Hier wordt wederom herhaald dat de fraaie en allesverbindende ordening één is, dit in overeenstemming met fragment 2.

  • Doxografisch commentaar:
    • Plutarchus, De superstitione, 3, p. 166c: ὁ Ἡράκλειτός φησι τοῖς ἐγρηγορόσιν ἕνα καὶ κοινὸν κόσμον εἶναι, τῶν δὲ κοιμωμένων ἕκαστον εἰς ἴδιον ἀναστρέφεσθαι. τῷ δὲ δεισιδαίμονι κοινὸς οὐδείς ἐστι κόσμος• οὔτε γὰρ ἐγρηγορὼς τῷ φρονοῦντι χρῆται οὔτε κοιμώμενος ἀπαλλάττεται τοῦ ταράττοντος. “Heraclitus zegt: voor hen die wakker zijn is de fraaie ordening één en gemeenschappelijk, maar van de slapenden wendt ieder zich naar het particuliere toe. Maar bijgelovig is er zelfs nooit een gemeenschappelijke wereld. Want bij het wakker worden acht hij het verstand niet nodig, noch wordt hij, slapend, bevrijd van de verwarring.”
Heraclitus over de natuur
  • Het woord (de logos), alsook de ene goddelijke wijsheid en de ene menselijke wijsheid hebben een universeel waarheidskarakter, waarbij de wijze zich, zoals vanzelf spreekt, heeft aan te sluiten:
(grc)
« διὸ δεῖ ἕπεσθαι τῷ (ξυνῷ). τοῦ λόγου δὲ ἐόντος ξυνοῦ ζώουσιν οἱ πολλοὶ ὡς ἰδίαν ἔχοντες φρόνησιν. »
(nl)
« Daarom is het nodig aan te sluiten bij het (verbindende). Van het woord dat hier werkelijk verbindend is leven de velen, alsof zij particulier verstand bezitten. »
(Heraclitus, fragment DK 22 B 2.)
  • Doxografisch commentaar:
    • Sextus Empiricus, Adversus mathematicos, VII, 133: διὰ τούτων γὰρ ῥητῶς παραστήσας ὅτι κατὰ μετοχὴν τοῦ θείου λόγου πάντα πράττομέν τε καὶ νοοῦμεν ὀλίγα προσδιελθὼν ἐπιφέρει• διὸ δεῖ ἕπεσθαι τῷ <ξυνῷ᾿, τουτέστι τῷ> κοινῷ, ξυνὸς γὰρ ὁ κοινός. τοῦ λόγου δ᾿ ἐόντος ξυνοῦ ζώουσιν οἱ πολλοὶ ὡς ἰδίαν ἔχοντες φρόνησιν. ἡ δ᾿ ἔστιν οὐκ ἄλλο τι ἀλλ᾿ ἐξήγησις τοῦ τρόπου τῆς τοῦ παντὸς διοικήσεως. διὸ καθ᾿ ὅ τι ἂν αὐτοῦ τῆς μνήμης κοινωνήσωμεν, ἀληθεύομεν, ἃ δὲ ἂν ἰδιάσωμεν, ψευδόμεθα. “want daardoor laat de pronkredenaar zien dat wij volgens de goddelijke logos waaraan wij deelhebben alles doen en denken, weinig brengen wij daarvan in de praktijk, hij voert aan: daarom is het nodig aan te sluiten bij het (verbindende, dat is het) gemeenschappelijke, want het verbindende is het gemeenschappelijke. Van het woord dat hier werkelijk verbindend is leven de velen, alsof zij particulier verstand bezitten. Maar zo is het toch niet, echter wel een uitleg met betrekking tot de manier waarop alles wordt bestuurd. Daarom zou in zoverre als zijn melding voor ons gemeenschappelijk is, voor ons waarachtig zijn, maar wij zouden voor onszelf wat het particuliere betreft leugenachtig zijn.”
    • Philostratus, (Mullach I, p. 326, fg. 76): "Bij Heraclitus de natuurvorser is een mens, zei hij, in overeenstemming met zijn natuur redeloos, maar als die waarachtig zou zijn, zoals het waarachtige is, dan zou elk voor zich de ijdelheid in de mening verhullen."
    • Apoll., Tyan. ep. 18 (DK 22 A 16): "Bij Heraclitus de natuurvorser is een mens, zei hij, in overeenstemming met zijn natuur redeloos".
    • Sextus Empiricus, Adv. Math. VIII 286 (DK 22 A 16): "En de pronkredenaar Heraclitus weer, die zegt: het mocht niet zo zijn dat de mensen redelijk zijn, maar zij zijn alleen van den beginne af aan het verstand gehecht."
  • Zij die besef hebben van het universele zijn de wakkeren en oplettenden, die niets ontgaat. Zij die dat besef niet hebben hebben sluiten zich slechts aan bij de particuliere schijn, die louter mening is en niet overeenstemt met de werkelijke gang van zaken:
(grc)
« τοῖς ἐγρηγορόσιν ἕνα καὶ <ξυνὸν> κόσμον εἶναι, τῶν δὲ κοιμωμένων ἕκαστον εἰς ἴδιον ἀναστρέφεσθαι. »
(nl)
« Voor hen die wakker zijn is de fraaie ordening één en alles verbindend, maar van de slapenden wendt ieder zich naar het particuliere toe. »
(Heraclitus, fragment DK 22 B 89.)
  • Hoewel de slapenden alles van de universele, dat eigen is aan de wereldordening, ontgaat, brengen zij toch iets tot stand wat tot het universele behoort:
(grc)
« συνεργοὺς τῶν ἐν τῷ κόσμῳ γινομένων. »
(nl)
« Zij werken mee aan wat in de fraaie ordening geschiedt (over de slapenden). »
(Heraclitus, fragment DK 22 B 75.)

Alles wat werkelijk is en gedaan wordt behoort immers tot het universele. Want de werkelijke dingen en handelingen zijn er uiteraard niet schijnbaar, anders zouden die slechts leugenachtig en dus particulier zijn, terwijl het werkelijke universeel is omdat het niet gebonden is aan de beperkte menselijke leugenachtigheid, dit in tegenstelling tot het particuliere. De slapenden hebben dus geen inzicht in hun eigen handelingen.

  • Doxografisch commentaar:
    • Marcus Aurelius, Ad seipsum, VI, 42: καὶ τοὺς καθεύδοντας, οἶμαι, ὁ ῾Ηράκλειτος ἐργάτας εἶναι, λέγει καὶ συνεργοὺς τῶν ἐν τῷ κόσμῳ γινομένων. “En de slapenden, naar ik meen, zijn volgens Heraclitus werkzaam, hij verklaart ook dat zij meewerken aan wat in de fraaie ordening geschiedt.”


Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.