Verklarende woordenlijst biologie voor het secundair onderwijs/R


A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X · Y · Z


- R -
Replicatie van DNA

rachitis - rangorde - ras - raszuiver - reactiespecifiek - recapitulatiehypothese - receptor - recessief - reciprociteitswet - reciproke kruising - recombinant - recombinant DNA - recombinatie - recombinatiepercentage - rectum - recycling - redoxreactie - reducent - reductiedeling - reflex - reflexboog - refractaire periode - regeneratie - remstof - renine - replicatie - repolarisatie - reptiel - residulucht - resistentie - resorptie - respiratie - respons - restrictie-enzym - resusantagonisme - resusfactor - retinine - retrovirus - reverse-transcriptase - ribonucleïnezuur - ribose - ribosomaal RNA - ribosoom - RNA - RNA-polymerase - RNA-virus - rond venster - rotting - rottingsbacterie - rRNA - rudiment - rudimentaire organen - ruggenmerg - rustpotentiaal - ruw endoplasmatisch reticulum

rachitisBewerken


Zie Wikipedia

rangordeBewerken


Zie Wikipedia

rasBewerken


Zie Wikipedia

raszuiverBewerken

Een individu is raszuiver voor een genetisch kenmerk indien het homozygoot is voor dat kenmerk.

reactiespecifiekBewerken

Enzymen zijn reactiespecifiek omdat elk enzym een eigen substraat heeft wat het kan omzetten. Zo kan maltase enkel maltose omzetten en bv. niet het er op gelijkende lactose.

recapitulatiehypotheseBewerken


Zie Wikipedia

receptorBewerken

  1. Receptor kan synoniem zijn voor zintuig.
  2. Met receptor wordt ook het uiteinde van een vw|Z|zenuwcel}} dat signalen opvangt bedoeld Zie Wikipedia.
  3. Een eiwit dat een specifieke molecule kan binden noemt men eer receptoreiwit. Zie Wikipedia. Dergelijke receptoreiwitten komen vaak voor in celmembranen.
  4. Immuunreceptoren zijn receptoren die een rol spelen bij het doorzenden van signalen in het immuunsysteem.

recessiefBewerken

Het allel dat niet tot uiting komt bij een individu dat heterozygoot is voor een bepaald erfelijk kenmerk is recessief. Dit betekent dat een individu dat het recessieve fenotype toont ook homozygoot voor dat kenmerk moet zijn.
Zie Wikipedia

reciprociteitswetBewerken

Zie Mendelwetten

reciproke kruisingBewerken

Een reciproke kruising is een monohybride kruising waarbij men de fenotypen van de geslachten omkeert. De reciproke kruising van een mannelijke zwarte rat met een vrouwelijke bruin rat (♂zwart x ♀bruin) is de kruising tussen een mannelijke bruine rat en een vrouwelijke zwarte rat (♂bruin x zwart♀).

recombinantBewerken

Bij een recombinant individu blijkt uit het fenotype dat het een andere combinatie van allelen bezit dan de twee ouders. Door crossing-over is er een gewijzigde koppelingsgroep ontstaan.

recombinant DNABewerken

Recombinant DNA is DNA dat met behulp van gentechnologie gewijzigd werd en niet als zodanig in de natuur voorkomt. Via laboratoriumtechnieken werden DNA-fragmenten van verschillende individuen van dezelfde soort of van verschillende soorten aan elkaar geschakeld.
Zie Wikipedia

recombinatieBewerken

Oorspronkelijk was dit een synoniem voor crossing-over. Nu wordt de term ook gebruikt voor de techniek waarbij recombinant DNA aangemaakt wordt.
Zie Wikipedia

recombinatiepercentageBewerken

of recombinatiefrequentie of recombinantenpercentage
Percentage van de individuen in een bepaalde nakomelingschap die recombinant zijn.
Dit percentage wordt ook in centiMorgan (cM) uitgedrukt. Thomas Hunt Morgan, die crossing-over bij bananenvliegjes onderzocht, ontdekte immers dat het recombinatiepercentage tussen twee genen op één chromosoom toenam met de afstand tussen hun loci.
Zie Wikipedia

rectumBewerken

Zie endeldarm
Zie Wikipedia

recyclingBewerken

Recycling, recycleren, is het omzetten van afval naar nieuwe grondstoffen. Voorbeeld: het terugwinnen van lood uit auto-accu's.

redoxreactieBewerken


Zie Wikipedia

reducentBewerken


Zie Wikipedia

reductiedelingBewerken

zie meiose
Zie Wikipedia

reflexBewerken


Zie Wikipedia

reflexboogBewerken

 
Reflexboog


Zie Wikipedia

refractaire periodeBewerken


Stimulatie van een neuron of van een spiercel veroorzaakt een depolarisering van de celmembraan, waardoor een actiepotentiaal ontstaat. De depolarisering verplaatst zich over de membraan van de cel, waardoor de prikkel vervoerd wordt.

Nadat een exciteerbare membraan van een zenuw- of spiercel geprikkeld werd duurt het steeds een zekere tijd vooraleer hij opnieuw op een stimulus reageert, eens hij naar de rusttoestand is teruggekeerd. Deze tijdspanne noemt men de refractaire periode. Dit interval kan opgesplitst worden in een absolute refractaire periode en een relatieve refractaire periode.

De absolute refractaire periode is het interval waarbinnen het onmogelijk is om een nieuwe actiepotentiaal te genereren, hoe sterk de stimulus ook is. De lengte van de absolute refractaire periode valt nagenoeg samen met de totale duur van de actiepotentiaal. In neuronen heeft dit te maken met het feit dat de Na+-kanalen niet opnieuw kunnen openen, vooraleer de rustpotentiaal is hersteld.

De relatieve refractaire periode volgt ogenblikkelijk op de absolute en is de periode waarbinnen een nieuwe actiepotentiaal wel kan opgewekt worden, op voorwaarde dat de stimulus sterk genoeg is.

Zie Wikipedia

Gebaseerd op het biologielexicon VOB

regeneratieBewerken


Zie Wikipedia

remstofBewerken

Eiwit of hormoon dat bepaalde activiteiten kan doen afnemen. Sommige remstoffen verlagen bijvoorbeeld de activiteit van een enzym door de rruimtelijke structuur van het enzym te wijzigen.

renineBewerken


Zie Wikipedia

replicatieBewerken


Zie Wikipedia
DNA-replicatie = Proces waarbij twee identieke DNA-dubbele helixen gevormd worden uitgaande van één DNA-dubbele helix.

repolarisatieBewerken

Repolarisatie is het terugkeren naar de rustpotentiaal, na doortocht van een impuls doorheen de celmembraan van een zenuwcel. Dit gebeurt door het uitstoten van K+-ionen doorheen K-spanningskanalen in de celmembraan.

reptielBewerken


Zie Wikipedia

residuluchtBewerken

Residulucht is de lucht die achterblijft in de longen na diep uitademen.

resistentieBewerken

Resistentie is erfelijk verworven weerstand tegen giftige stoffen of tegen ziekteverwekkers. Organismen kunnen door mutatie resistentie verwerven. Zo kunnen bacteriën bijvoorbeeld resistent worden tegen antibiotica. Sommige planten kunnen bijvoorbeeld ook resistentie verwerven tegen bepaalde schimmels.
Zie Wikipedia

resorptieBewerken


Zie Wikipedia

respiratieBewerken

zie ademhaling
Zie Wikipedia

responsBewerken


Zie Wikipedia
Dit is de reactie van een organisme op een prikkel, dus een verandering in de uitwendige of inwendige omgeving.

restrictie-enzymBewerken


Zie Wikipedia

resusantagonismeBewerken


Zie Wikipedia

resusfactorBewerken


Zie Wikipedia

retrovirusBewerken

Retrovirussen hebben hun erfelijk materiaal onder de vorm van RNA. Bij de infectie van een gastheercel wordt de in het virale RNA vastgelegde genetische code naar DNA gekopieerd. Daartoe bevat dit retroviraal RNA een gen voor reverse-transcriptase. Het meest bekende retrovirus is het HIV.
Zie Wikipedia

reverse-transcriptaseBewerken

Reverse-transcriptase is een enzym dat RNA in DNA kan omzetten. Normaal hebben cellen enkel enzymen om DNA naar RNA om te zetten (tijdens het transcriptieproces. Retrovirussen smokkelen via hun RNA dit gen binnen in de hun 'gastheercel'. Door dit gen gaat de gastheercel dan reverse-transcriptase aanmaken. Dit zorgt ervoor dat het virale RNA gekopieerd wordt in DNA. Dit stukje DNA kan zich incorporeren in het DNA van de gastheercel. Via de normale celdeling wordt het dan mee gekopieerd, zodat alle nakomelingen van de geïnfecteerde cel ook het virale genoom bezitten. Bepaalde kankers worden veroorzaakt door retrovirussen.
Zie Wikipedia

ribonucleïnezuurBewerken

Zie RNA
Zie Wikipedia

riboseBewerken

 
ribose

Ribose is een monosacharide, meer bepaald een pentose met brutoformule C5H10O5. Ribose is de sacharose in een nucleotide van RNA. Het is eveneens de monosacharidecomponent van ATP.
Zie Wikipedia

ribosomaal RNABewerken


Zie Wikipedia

ribosoomBewerken

 
Model van een ribosoom van E.coli bestaande uit een 50S- (rood) en een 30S-onderdeel (blauw).


Zie Wikipedia
Kleine partikkels in de cel die bestaan uit RNA en eiwitten, en aan wiens oppervlak de eiwitsynthese plaatsvindt.

RNABewerken


Zie Wikipedia
Ribonucleïnezuur; verwant aan DNA; bestaat uit één enkele polynucleotideketen. Er zijn drie soorten RNA (m-RNA of boodschapper RNA, t-RNA of transport RNA en r-RNA of ribosomaal RNA), die allemaal betrokken zijn bij de eiwitsynthese. m-RNA is een copie van een stuk DNA.

RNA-polymeraseBewerken

Dit is het enzym dat verantwoordelijk is voor de transcriptie van DNA naar mRNA.
Zie Wikipedia

RNA-virusBewerken


Zie Wikipedia

rond vensterBewerken

Het ronde venster bevindt zich onder het ovale venster op de scheiding tussen midden- en binnenoor. Een drukgolf die via de stijgbeugel het ovale venster naar binnen duwt, zorgt ervoor dat het ronde venster naar buiten wordt gedrukt.
Zie Wikipedia

rottingBewerken


Zie Wikipedia

rRNABewerken


Zie Wikipedia

rudimentaire organenBewerken

 
Bij de huidige walvissen vormen enkele bekkenbeenderen (C) rudimentaire organen


Zie Wikipedia

ruggenmergBewerken


Zie Wikipedia

rustpotentiaalBewerken

Nemen we een zenuwcel die niet geprikkeld wordt. Met behulp van zeer gevoelige elektrodes kan men vaststellen dat er een potentiaalverschil heerst tussen de buiten- en de binnenkant van de plasmamembraan (een gemiddelde van -70 mV). Dit potentiaalverschil in rusttoestand noemt men de rustpotentiaal.

Ontstaan van de rustpotentiaal:

Zenuwcellen bevatten vele negatief geladen eiwitten en fosfaationen, die te groot zijn om naar buiten te diffunderen, en een hoge concentratie aan kaliumionen. De concentratie aan natriumionen buiten de cel is dan weer veel groter dan binnen de cel. Via 'lekken' in de membraan kunnen de kaliumionen naar buiten stromen en natriumionen naar binnen. (Deze 'lekken' zijn eiwitten die een vergemakkelijkte diffusie mogelijk maken).

Nu blijkt dat de kaliumionen gemakkelijker naar buiten stromen, dan de natriumionen naar binnen. Hoe meer kaliumionen naar buiten stromen, hoe groter de negatieve lading wordt aan de andere kant van de membraan. Deze toenemende negatieve lading remt het naar buiten stromen van de kaliumionen af. Bovendien zitten in de membraan z.g. natrium-kaliumpompen, dit zijn eiwitcomplexen die actief natriumionen naar buiten pompen en kaliumionen naar binnen. Beide processen samen hebben tot gevolg, dat er zich uiteindelijk een evenwicht instelt waarbij aan de binnenkant van de membraan een grotere concentratie is aan negatieve ionen dan er buiten; de binnenzijde van de membraan is dus negatief geladen t.o.v. de buitenzijde. Het resulterend potentiaalverschil noemt men de rustpotentiaal van de cel (gemiddeld ca. - 70mV voor een neuron).
Zie Wikipedia

ruw endoplasmatisch reticulumBewerken

Het ruw endoplasmatisch reticulum is in tegenstelling tot het glad endoplasmatisch reticulium bekleed met ribosomen
Zie Wikipedia


A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X · Y · Z


Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.